Een bord pasta met sappige garnalen, geurende knoflook en een zijdezachte roomsaus: daar krijg je meteen trek van. Voeg gehalveerde cherrytomaatjes toe en je hebt een kleurrijke maaltijd die feestelijk smaakt, terwijl je er helemaal niet lang voor in de keuken staat.

De witte wijn geeft de saus een frisse smaak, de room maakt haar zacht en de tomaatjes brengen een beetje zoetheid. Samen met de garnalen ontstaat een heerlijke combinatie. Vooral wanneer de pasta die saus goed vasthoudt, is iedere hap genieten.
Dit recept is voor twee personen en staat in ongeveer dertig minuten op tafel. Gebruik daarvoor schoongemaakte garnalen die al ontdooid zijn. Terwijl de pasta kookt, maak je de saus klaar. Aan het einde breng je alles samen in één ruime pan.
Dit heb je nodig voor twee personen
- 200 gram linguine of spaghetti
- 250 gram rauwe, gepelde garnalen, zonder darmkanaal en zonder staart
- 200 gram cherrytomaatjes
- 3 teentjes knoflook
- 1 sjalot
- 100 milliliter droge witte wijn
- 150 milliliter slagroom
- 15 gram roomboter
- 1 eetlepel olijfolie
- 2 eetlepels fijngehakte verse peterselie
- Zwarte peper en zout naar smaak
- Optioneel: enkele druppels citroensap en een klein snufje chilivlokken
- Ongeveer 100 milliliter pastakookwater, naar behoefte
Linguine past hier goed bij: de platte slierten nemen de romige saus mooi mee. Spaghetti is een prima alternatief wanneer je die al in huis hebt. Kies vooral een pasta die je lekker vindt en houd de kooktijd op de verpakking aan.
Gebruik rauwe garnalen voor de meeste controle over het garen. Die zijn meestal grijzig en worden tijdens het bakken roze en ondoorzichtig. Voorgekookte garnalen vragen een andere aanpak: die hoef je alleen kort in de saus te verwarmen om taaiheid te voorkomen.
Snijd de ingrediënten en zet de pasta op
Breng een ruime pan water aan de kook en voeg wat zout toe. Pel ondertussen de sjalot en snipper die fijn. Hak de knoflook klein en snijd alle cherrytomaatjes doormidden. Leg de peterselie apart, zodat je die straks gemakkelijk kunt toevoegen.
Dep de ontdooide garnalen zorgvuldig droog met keukenpapier. Dat helpt ze bakken in plaats van in vrijgekomen vocht te koken. Controleer of de darmkanalen verwijderd zijn en haal eventuele staarten weg. Zo kun je straks zonder onderbreking genieten van je bord pasta.
Kook de pasta volgens de verpakking, maar proef één minuut voor het einde of ze al bijna beetgaar is. Ze gaart straks nog kort verder in de saus. Schep vóór het afgieten een flinke kop kookwater uit de pan en zet apart.
Werk met een ruime koekenpan of hapjespan waarin ook de gekookte pasta past. Zo kun je alles straks goed omscheppen zonder te morsen. Zet de wijn en room alvast afgemeten klaar, want zodra je begint te bakken, gaat de bereiding vlot.

Bak de garnalen kort en zorgvuldig
Verhit de olijfolie in de pan op middelhoog tot hoog vuur. Leg de garnalen in één laag neer en bestrooi ze licht met peper en zout. Bak ze ongeveer één tot twee minuten per kant, afhankelijk van hun grootte en dikte.
De garnalen zijn gaar wanneer ze overal ondoorzichtig zijn en stevig maar nog veerkrachtig aanvoelen. Snijd bij twijfel een dikke garnaal open om de binnenkant te controleren. Schep ze daarna op een schoon bord; in de saus hoeven ze straks alleen nog te verwarmen.
Maak de witte wijn-roomsaus
Zet het vuur wat lager en voeg de boter toe aan dezelfde pan. Fruit de gesnipperde sjalot ongeveer twee minuten, totdat die zacht wordt. Roer daarna de knoflook erdoor en bak ongeveer dertig seconden mee. Laat de knoflook licht blijven voor een zachte smaak.
Voeg de gehalveerde cherrytomaatjes toe en bak ze ongeveer twee minuten mee. Roer voorzichtig, zodat ze hun vorm grotendeels behouden. De snijvlakken mogen wat zachter worden en een beetje sap afgeven; dat maakt de saus straks net wat ronder van smaak.
Schenk de witte wijn in de pan en roer voorzichtig over de bodem om de aanbaksels los te maken. Laat de wijn ongeveer drie minuten zachtjes inkoken. Je wilt minder vocht overhouden, terwijl de tomaatjes herkenbaar blijven en niet helemaal tot puree koken.
Voeg de slagroom toe en laat de saus op laag vuur twee tot drie minuten zachtjes pruttelen. Roer geregeld en voorkom hard doorkoken. De saus mag iets dikker worden, maar moet soepel genoeg blijven om zich gemakkelijk tussen de pastaslierten te verdelen.
Proef de saus en breng haar op smaak met zwarte peper en eventueel zout. Houd je van wat pit, voeg dan een klein snufje chilivlokken toe. Begin bescheiden, zodat de knoflook en de zachte smaak van de garnalen goed herkenbaar blijven.
Schep alles samen tot een romige pasta
Doe de bijna beetgare pasta bij de saus en voeg eerst twee eetlepels van het bewaarde kookwater toe. Schep met een tang rustig om. Het zetmeelrijke water helpt de roomsaus zich aan de pasta hechten, zonder haar onnodig zwaar te maken.
Voeg de gebakken garnalen en de helft van de peterselie toe. Verwarm alles nog ongeveer een halve tot één minuut, tot de garnalen weer heet zijn. Schep voorzichtig, zodat de tomaatjes niet helemaal uit elkaar vallen en de pasta mooi met saus bedekt raakt.
Beoordeel nu de dikte: de saus moet glanzen en om de slierten liggen. Vind je haar te dik, voeg dan een klein scheutje kookwater toe. Is ze nog wat dun, schep de pasta dan kort verder om op laag vuur.
Zet het vuur uit en proef nog eenmaal. Enkele druppels citroensap kunnen de smaak opfrissen, maar zijn niet altijd nodig door de wijn en tomaatjes. Voeg ze daarom alleen toe wanneer je dat lekker vindt en roer daarna voorzichtig door.
Serveer met iets fris of knapperigs
Verdeel de pasta over twee diepe borden en leg de garnalen en halve tomaatjes mooi zichtbaar bovenop. Lepel de laatste saus uit de pan erbij en strooi de overgebleven peterselie erover. Serveer meteen, want pasta neemt ook op het bord nog saus op.
Een eenvoudige groene salade past er heerlijk naast. Meng bijvoorbeeld rucola of gemengde sla met komkommer en een lichte dressing van olijfolie en citroensap. Houd de bijgerechten fris en eenvoudig, zodat ze prettig combineren met de volle smaak van de roomsaus.

Bewaren en rustig opnieuw verwarmen
Deze pasta is vers het lekkerst, vooral doordat de garnalen dan sappig blijven. Heb je toch wat over, verdeel het gerecht dan over ondiepe bakjes. Laat snel afkoelen en zet het binnen twee uur goed afgesloten in de koelkast op vier graden.
Bewaar het restant maximaal twee dagen en houd een kortere termijn op gebruikte ingrediënten aan. Verwarm alleen de hoeveelheid die je gaat eten. Doe dat in een pan met een scheutje water en roer voorzichtig tot het gerecht overal door en door heet is.
Warm een restje maar één keer opnieuw op. Houd er rekening mee dat de garnalen daarbij wat steviger kunnen worden en de pasta zachter. Invriezen is mogelijk voor restjes, maar voor deze roomsaus en garnalen zou ik liever vers koken vanwege de structuur.
Met een handvol ingrediënten maak je zo een maaltijd die voelt als iets bijzonders. Knoflook, witte wijn, zachte room en sappige tomaatjes geven de garnalen alle ruimte. Zet twee borden klaar en geniet van een heerlijke pasta waarvoor je gewoon thuis kunt blijven.










