Zodra de geur van gebakken ui, paprika en langzaam garend rundvlees door de keuken trekt, krijg je vanzelf trek. Deze zelfgemaakte goulashsoep is rijkgevuld, heerlijk kruidig en precies wat je wilt eten wanneer je zin hebt in een warme, huiselijke maaltijd.

Je maakt dit recept voor twee personen met gewone ingrediënten die samen iets bijzonders worden. Malse stukjes rundvlees, zachte aardappel en zoete paprika liggen in een geurige rode bouillon. Zet er knapperig brood naast en je hebt een complete avondmaaltijd.
Het fijne aan deze soep? De pan doet het meeste werk. Jij snijdt de ingrediënten, bouwt rustig de smaak op en laat alles zachtjes pruttelen. Ondertussen kun je de tafel dekken, iets lezen of gewoon genieten van die heerlijke keukengeur.
Dit heb je nodig voor twee personen
- 250 gram runderstoofvlees, bijvoorbeeld sukade of riblap
- 250 gram vastkokende aardappelen
- 1 rode paprika
- 1 middelgrote wortel
- 1 ui
- 2 teentjes knoflook
- 1 eetlepel tomatenpuree
- 2 theelepels zoet paprikapoeder
- ½ theelepel karwijzaad, licht gekneusd
- 1 laurierblad
- 750 milliliter runderbouillon, liefst minder zout
- 1 eetlepel olie
- Zwarte peper en eventueel zout
- Verse peterselie voor erbij
- Optioneel: zure room, chilivlokken en knapperig brood
Reken op ongeveer twintig minuten voorbereiding en twee tot tweeënhalf uur zachtjes garen, soms wat langer. De precieze tijd hangt af van het vlees en de grootte van de blokjes. Je vork bepaalt uiteindelijk wanneer het rundvlees lekker mals is.
Kies voor dit gerecht echt stoofvlees. Dat heeft tijd nodig, maar beloont je met een volle smaak en zachte structuur. Snijd het in blokjes van ongeveer twee centimeter, zodat je straks gemakkelijk een beetje vlees en groente tegelijk kunt opscheppen.
Zoet paprikapoeder geeft de soep haar warme karakter. Gerookt paprikapoeder heeft een andere, nadrukkelijke smaak; vervang eventueel een halve theelepel door de gerookte variant. Houd de rest zoet, zodat paprika, bouillon en rundvlees mooi met elkaar in evenwicht blijven tijdens het garen.
Begin met een geurige basis
Dep het rundvlees droog met keukenpapier en bestrooi het licht met zwarte peper. Snipper de ui en hak de knoflook fijn. Schil de wortel, verwijder de zaadlijsten van de paprika en snijd beide groenten in stukjes die prettig op een lepel passen.
Verhit de olie in een soeppan met een stevige bodem. Bak het vlees op middelhoog tot hoog vuur rondom bruin. Werk eventueel in twee porties, zodat de pan heet genoeg blijft. Haal het vlees daarna uit de pan en zet apart.
Zet het vuur lager en voeg de ui toe aan dezelfde pan. Bak die ongeveer vijf minuten, totdat de stukjes zacht worden en licht kleuren. Roer regelmatig en schraap de bruine aanbaksels voorzichtig los; daarin zit juist veel lekkere smaak.
Voeg de knoflook en tomatenpuree toe en bak ze ongeveer één minuut mee. Blijf roeren, zodat niets aanbrandt. De tomatenpuree geeft straks kleur en diepte aan de bouillon, zonder dat je soep meteen uitgesproken naar een kom tomatensoep gaat smaken.
Haal de pan kort van het vuur en roer het paprikapoeder en karwijzaad erdoor. Schenk meteen een scheut bouillon erbij en roer de bodem los. Paprikapoeder kan bij sterke hitte snel verbranden, dus deze kleine tussenstap helpt een bittere smaak voorkomen.

Laat het rundvlees rustig mals worden
Doe het vlees terug in de pan, samen met de vrijgekomen sappen. Voeg het laurierblad en de resterende bouillon toe. Breng de soep rustig tegen de kook aan en draai het vuur vervolgens laag. Leg het deksel iets schuin op de pan.
Laat het vlees eerst ongeveer anderhalf uur heel zacht sudderen. Af en toe een klein belletje is voldoende. Roer tussendoor en controleer of er genoeg vocht aanwezig blijft. Voeg zo nodig een scheut heet water toe wanneer de soep te veel inkookt.
Proef daarna een stukje vlees of prik erin met een vork. Het moet al duidelijk zachter worden voordat de groenten erbij gaan. Is het nog stevig of taai, geef het dan extra tijd. Voeg aardappelen pas toe wanneer het vlees bijna mals is.
Schil ondertussen de aardappelen en snijd ze in blokjes van ongeveer anderhalve centimeter. Voeg ze samen met de wortel en paprika toe aan de pan. Roer voorzichtig door, zodat alles onder de bouillon komt en de groenten gelijkmatig kunnen garen.
Laat de soep nog ongeveer vijfentwintig tot dertig minuten zachtjes koken. Controleer of de aardappel en wortel gaar zijn en het vlees gemakkelijk meegeeft. Zijn de groenten nog stevig, laat de pan dan enkele minuten langer staan en proef opnieuw.
Zo geef je iedere kom extra smaak
Haal het laurierblad uit de pan en proef de bouillon. Voeg eerst zwarte peper toe en daarna alleen zout wanneer dat nodig is. Bouillon kan al behoorlijk zout zijn. Een klein snufje chilivlokken maakt de soep wat pittiger, als je daarvan houdt.
Een lekkere goulashsoep blijft goed lepelbaar en heeft voldoende bouillon tussen de vulling. Vind je haar te dik, voeg dan wat heet water toe. Is ze juist wat dun naar jouw smaak, prak dan enkele aardappelblokjes tegen de zijkant van de pan.
Schep de soep in twee ruime kommen en strooi er fijngehakte peterselie over. Die frisse groene toets staat prachtig bij de rode bouillon. Een klein lepeltje zure room is lekker als je houdt van een zacht, romig accent bij de kruidige smaak.
Serveer er een paar sneetjes stevig brood bij, liefst met een knapperige korst. Rooster ze kort en wrijf ze eventueel in met een doorgesneden teentje knoflook. Zo heb je iets heerlijks om in de laatste restjes bouillon te dippen aan tafel.
Ook een eenvoudige komkommersalade past er goed naast. Meng dunne plakjes komkommer met wat azijn, dille en zwarte peper. Het frisse, lichtzure karakter geeft een prettig tegenwicht aan de rijke soep, vooral wanneer je ook zure room op tafel zet.

Slim voorbereiden en lekker bewaren
Wil je deze soep vooraf maken, gaar haar dan helemaal en koel haar daarna snel terug. Verdeel wat je wilt bewaren over kleine, ondiepe bakjes. Zet die binnen twee uur afgesloten in de koelkast; laat de pan geen hele avond op het fornuis staan.
Bewaar de soep maximaal twee dagen in de koelkast bij vier graden. Schep alleen de hoeveelheid uit die je gaat eten. Verwarm die al roerend door en door tot ze overal goed heet is. Bewaar een opnieuw opgewarmd restje daarna niet nogmaals.
Invriezen kan ook: verdeel de afgekoelde soep over geschikte diepvriesbakjes en laat bovenaan wat ruimte vrij. Schrijf de naam en datum erop en gebruik de soep binnen drie maanden. Aardappel kan na ontdooien wat zachter worden, maar blijft bruikbaar in deze soep.
Laat een ingevroren portie in de koelkast ontdooien en verwarm haar vervolgens rustig in een pan. Voeg eventueel een scheutje water toe wanneer de aardappel veel vocht heeft opgenomen. Bewaar brood, peterselie en zure room apart en voeg ze pas bij het serveren toe.
Een pan waar je graag voor thuisblijft
Deze goulashsoep vraagt vooral wat geduld en aandacht aan het begin. Daarna krijg je een maaltijd waarin iedere lepel iets lekkers bevat: zacht vlees, zoete paprika, aardappel en geurige bouillon. Precies genoeg om met twee personen uitgebreid van te genieten.
Maak haar op een vrije middag, zet twee mooie kommen klaar en snijd alvast het brood. Zodra de soep klaar is, hoeft er weinig meer te gebeuren. Wie schuift er bij jou aan voor zo’n dampende kom zelfgemaakte goulashsoep? Eet smakelijk!










