De digitale euro komt eraan. Als het aan Europa ligt, wordt deze nieuwe vorm van digitaal geld dit jaar goedgekeurd en volgend jaar na proeven ingevoerd. Maar wat is de digitale euro precies? Wat zijn de voordelen, de nadelen en de risico’s? Metro spreekt met een woordvoerder van De Nederlandsche Bank.

Je hebt er misschien al iets over gehoord of gelezen: de digitale euro, oftewel CBDC. CBDC staat voor Central Bank Digital Currency: digitaal geld dat wordt uitgegeven door een centrale bank. De digitale euro is zo’n CBDC.
Het is dus geen cryptomunt en ook geen geld van commerciële banken, maar publiek geld en vergelijkbaar met contant geld. In Europa wordt deze CBDC uitgegeven door de Europese Centrale Bank (ECB), samen met nationale centrale banken zoals De Nederlandsche Bank (DNB). In een tijdperk waarin digitalisering de norm is geworden, biedt de digitale euro een brug tussen traditioneel contant geld en de moderne betalingswereld. Het project is al jaren in ontwikkeling en nadert nu een cruciaal punt, met mogelijke goedkeuring door het Europees Parlement in de eerste helft van 2026.
Digitaal betalen neemt toe
Volgens DNB is de digitale euro een antwoord op de snelle digitalisering van betalen. „Het gebruik van pinpassen en internetbankieren is enorm toegenomen, terwijl contant geld sterk is afgenomen. Nog maar ongeveer 20 procent van alle betalingen gebeurt met cash”, zegt Tobias Oudejans, persvoorlichter bij DNB. Metro schreef al eerder een artikel over hoe afhankelijk Nederland is van contant geld. Overigens zit er ook een limiet aan contante transacties, om witwassen tegen te gaan. Deze trend is niet uniek voor Nederland; over heel Europa zien we een verschuiving naar digitale betalingen, gedreven door de opkomst van apps zoals Tikkie, Apple Pay en Google Wallet. De pandemie heeft dit proces versneld, met een toename van contactloze betalingen die nu de standaard zijn in supermarkten en horeca.
Europa wil contant geld als het ware digitaliseren. „Zie het als een bankbiljet met een digitaal jasje. Je kunt ermee betalen in webwinkels, in de gewone winkel aan de toonbank, of elkaar onderling geld sturen, bijvoorbeeld als je samen koffie drinkt.” Dit digitale jasje maakt offline betalingen mogelijk, wat een groot voordeel is in gebieden met slechte internetverbindingen of tijdens storingen. Stel je voor: je betaalt op een markt of in een afgelegen dorp zonder afhankelijk te zijn van een netwerk. Dit onderscheidt de digitale euro van bestaande systemen zoals iDEAL, die altijd online vereisen.
Privacy en de digitale euro
Sommige mensen zijn bezorgd over de digitale euro. Ze zijn bang dat we daar een hoge prijs voor betalen, namelijk onze privacy. De overheid zou kunnen zien waar wij als burger ons geld aan uitgeven. In hoeverre zijn die zorgen terecht? „Bij kleine betalingen blijft de digitale euro anoniem, net als contant geld”, zegt Oudejans. Stel, je trakteert een collega op een koffie. „Als je je telefoon tegen die van iemand anders houdt, weet de bank niet wat er wordt betaald.” De ECB benadrukt dat privacy een kernprioriteit is: de Eurosystem kan geen gebruikers identificeren of transactiedetails zien uit betalingsdata, wat het hoogste privacyniveau biedt in vergelijking met commerciële alternatieven.
Kleine betalingen worden aan het eind van de dag gebundeld en verrekend. „De Europese Centrale Bank kan dan niet zien waar die 20 euro precies aan is uitgegeven.” Bij grotere bedragen kan dat wel zichtbaar zijn, onder meer vanwege regels tegen witwassen en terrorismefinanciering. „Dat is nu bij banken ook al zo.” Als er vermoedens zijn van fraude, bijvoorbeeld omdat iemand in korte tijd grote bedragen overmaakt naar een bepaald rekeningnummer, dan kan de bankrekening van diegene worden afgesloten, wat ook wel debanking wordt genoemd. Critici wijzen echter op het risico van misbruik: in theorie zou de overheid transacties kunnen monitoren voor andere doeleinden, zoals het volgen van politieke donaties of consumptiepatronen. Om dit tegen te gaan, zijn er strenge wettelijke safeguards ingebouwd, gebaseerd op EU-privacywetten zoals de GDPR.

Maar we betalen toch al jaren digitaal?
Nu betalen we digitaal met geld van commerciële banken, zoals ING of Rabobank. De digitale euro is anders: dat is digitaal contant geld, uitgegeven door de Europese Centrale Bank. Het komt naast bestaande betaalmiddelen zoals pinnen en iDEAL, niet in plaats daarvan. In 2026 beslist de Europese politiek over de wetgeving; pas daarna wordt duidelijk of en wanneer de digitale euro er komt. Met de huidige stand van zaken, na de afronding van de voorbereidingsfase in oktober 2025, richt de ECB zich op technische gereedheid. Een pilot zou in 2027 kunnen starten, met een mogelijke lancering in 2029, mits de wetgeving dit jaar wordt aangenomen.
Publiek geld, naast banken
Volgens DNB gaat het bij de invoering van de digitale euro ook om het behoud van publiek geld. „Contant geld wordt uitgegeven door centrale banken, maar bijna al het digitale geld dat we nu gebruiken, komt van commerciële banken.” Dat evenwicht is verschoven. „Vroeger was ongeveer de helft contant en de helft giraal (digitaal) geld. Nu is contant geld nog maar een klein deel.” Met de digitale euro kunnen publieke belangen worden geborgd, zoals toegang tot betalen en lage kosten. Dat is ook belangrijk voor mensen die moeite hebben met digitaal bankieren. „In Nederland gaat het om ongeveer twee miljoen mensen”, zegt Oudejans. Een ander voordeel is dat je offline kunt betalen.
Daarnaast speelt geopolitiek een rol. Europa wil minder afhankelijk van Amerika worden. „Een groot deel van het betalingsverkeer loopt via Amerikaanse platforms. Dat maakt Europa kwetsbaar. Met de digitale euro willen we het betalingsverkeer weerbaarder maken en minder afhankelijk.” Dit sluit aan bij bredere EU-inspanningen voor digitale soevereiniteit, zoals het verlaten van Amerikaanse tools zoals Zoom en Teams door Franse overheden, en de push voor Europese alternatieven. De digitale euro zou Europa helpen om onafhankelijker te worden van dominante VS-betaalbedrijven, zoals benadrukt door EU-commissaris Valdis Dombrovskis.
Vrijwillig gebruik
De digitale euro is niet bedoeld als vervanging van contant geld of bankrekeningen zoals we die nu kennen. „Het bestaande banksysteem blijft gewoon bestaan. Contant geld blijft ook. De digitale euro komt erbij”, legt Oudejans uit. Verder is het gebruik ervan niet verplicht, je zou het dus kunnen zien als een soort extra optie. Dit vrijwillige karakter is cruciaal om acceptatie te bevorderen. Gebruikers kunnen kiezen voor een digitale wallet via hun bank of een publieke intermediair, met limieten op holdings om bankruns te voorkomen – bijvoorbeeld een maximum van €3.000 per persoon.

Geschiedenis en globaal context
De idee van een digitale euro ontstond rond 2020, toen de ECB begon met onderzoek naar CBDC’s als reactie op de opkomst van cryptocurrencies zoals Bitcoin en stablecoins zoals USDT. Wereldwijd zijn er al succesvolle voorbeelden: China’s digitale yuan is sinds 2022 in gebruik en wordt door miljoenen gebruikt voor dagelijkse transacties. Zweden experimenteert met de e-krona, terwijl de VS nog aarzelt over een digitale dollar. In Europa is de focus op inclusie en stabiliteit; de kosten voor banken worden geschat op €4 tot €5,8 miljard, maar analyses tonen aan dat het geen schade toebrengt aan financiële stabiliteit, zelfs in crises.
Kritiek: angst dat het een ‘controlemiddel’ wordt
Critici zijn bezorgd dat de digitale euro een controlemiddel wordt. Zij vrezen dat betalingen makkelijker te volgen zijn dan bij contant geld, waarbij je betrekkelijk anoniem kunt blijven. Ook bestaat de angst dat de overheid of banken in de toekomst geldstromen kunnen blokkeren of sturen, bijvoorbeeld door bepaalde transacties te ontmoedigen of onmogelijk te maken. Denk aan scenario’s waarin uitgaven aan bepaalde producten, zoals vlees of vliegreizen, beperkt worden voor klimaatdoelen – hoewel dit speculatief is.
Die zorgen probeert DNB weg te nemen. „Het is niet de bedoeling om betalingen te volgen of gedrag te sturen. Die intentie is er niet.” Tegelijk erkent Oudejans dat wantrouwen begrijpelijk is. „Die angst bestaat nu ook al bij banken.” De zorgen worden versterkt doordat banken nu ook al betalingen monitoren en soms actief ingrijpen bij vermoedens van witwassen of fraude. „Die vraag kun je dus ook stellen bij het huidige betaalsysteem. Bij de opzet van de digitale euro is het nadrukkelijk niet de bedoeling om daar een controlemiddel van te maken.” Publieke enquêtes tonen gemengde gevoelens: terwijl 60% van de Europeanen openstaat voor een CBDC, vreest 40% privacyverlies.
Technische aspecten en voordelen
Technisch gezien zou de digitale euro werken via een gedistribueerd ledger, vergelijkbaar met blockchain, maar centraal beheerd voor efficiëntie. Voordelen zijn legio: snellere grensoverschrijdende betalingen, lagere kosten voor merchants (nu vaak 1-2% bij cards), en inclusie voor onbanked populaties. Voor bedrijven betekent het minder afhankelijkheid van Visa en Mastercard, die jaarlijks miljarden verdienen aan fees. Nadelen omvatten cyberrisico’s: hacks op wallets zouden catastrofaal kunnen zijn, hoewel de ECB robuuste beveiliging belooft. Ook bestaat het risico op desintermediatie, waarbij spaargeld van banken naar digitale euro’s verschuift, maar limieten mitigeren dit.

Publieke opinie en toekomst
Uit ECB-rapporten blijkt dat burgers privacy en gebruiksgemak prioriteren. Workshops met techproviders zijn gaande om integratie te verzekeren. In Nederland voert DNB pilots met consumenten om feedback te verzamelen. Als de wetgeving in 2026 passeert, start een pilot in 2027, leidend tot lancering in 2029.
Wanneer komt de CBDC?
Of en wanneer de digitale euro er daadwerkelijk komt, is nog niet definitief besloten. 2029 wordt vaak genoemd als streefdatum. „Het Europees Parlement moet hierover eerst beslissen”, zegt Oudejans. Daarna kan de Europese Centrale Bank verder met pilots en experimenten. „Het is uiteindelijk een politieke en maatschappelijke keuze”, aldus Oudejans. „Wij denken dat het verstandig is om contant geld ook digitaal beschikbaar te maken, maar Europa beslist.” Met de huidige momentum, inclusief steun van EU-lidstaten sinds december 2025, lijkt de weg vrij voor een digitale toekomst. De digitale euro belooft innovatie, maar vereist vertrouwen en zorgvuldige implementatie om risico’s te minimaliseren.









