Een kruimelige bodem van Bastognekoekjes, een dikke laag zachte MonChou-room en glanzende kersen bovenop: dit toetje ziet er meteen uitnodigend uit. In een glas komen de laagjes prachtig naar voren. En het fijne is dat je hiervoor de oven helemaal niet nodig hebt.

De kruidige koekjes passen heerlijk bij de frisse roomkaas en de zoete kersentopping. Met iedere lepel neem je iets van alle drie de lagen mee. Zo krijg je de vertrouwde smaak van MonChou-taart, maar dan als een gemakkelijk dessert voor twee personen.
Reken op ongeveer twintig minuten voorbereiding en daarna minstens dertig minuten in de koelkast. Die rust maakt de room steviger en het dessert lekker fris. Maak de glazen gerust eerder op de dag, zodat je ze na het eten alleen nog hoeft te pakken.
Dit heb je nodig voor twee glazen
- 60 gram Bastognekoekjes
- 100 gram MonChou naturel roomkaas
- 100 milliliter koude slagroom
- 15 gram poedersuiker
- ½ theelepel vanille-extract
- 150 gram kersenvlaaivulling, met ontpitte kersen
- Optioneel: 1 extra Bastognekoekje voor wat kruimels bovenop
- 2 schone glazen van ongeveer 300 milliliter
Gebruik voor dit recept naturel MonChou-roomkaas en ongeklopte slagroom. De roomkaas zorgt voor de karakteristieke frisse smaak en de slagroom maakt het mengsel luchtiger. De poedersuiker lost gemakkelijk op, zodat je geen suikerkorreltjes proeft wanneer je straks een lepel van de room neemt.
Kersenvlaaivulling is handig omdat het fruit in een gebonden saus zit. Gewone kersen op sap geven meer vocht af en kun je niet zomaar met al het sap over de room scheppen. Wil je die gebruiken, laat ze uitlekken of bind het sap apart.
Kies glazen waarin de laagjes mooi uitkomen
Een laag, wat breder glas is fijn om uit te eten. Je lepel bereikt dan gemakkelijk de koekjesbodem, zonder dat je door een hele hoge laag room moet. Controleer vooraf of je dessertlepels tot onderin komen en kies twee glazen van ongeveer hetzelfde formaat.
Maak de kruimelbodem van Bastogne
Verkruimel de koekjes fijn in een keukenmachine of doe ze in een stevige zak en rol er met een deegroller overheen. Een paar kleine stukjes mogen blijven zitten voor wat beet. Heel grove brokken zijn minder prettig om onder uit een glas te scheppen.
Verdeel de zestig gram kruimels over de twee glazen. Tik de onderkant voorzichtig op het werkblad of strijk de kruimels losjes glad met een lepel. Druk niet stevig aan: dit wordt een losse koekjeslaag waar je straks gemakkelijk doorheen kunt lepelen.
Voor deze bodem gebruiken we geen gesmolten boter. Het dessert hoeft namelijk niet uit een taartvorm te komen en de kruimels mogen los blijven. Tijdens het koelen nemen ze wat vocht uit de room op, waardoor de onderste laag langzaam iets zachter wordt.

Klop de MonChou-room zacht en luchtig
Haal de MonChou aan het begin van de bereiding uit de koelkast, zodat die tijdens het verkruimelen iets minder koud wordt. Doe de roomkaas daarna in een kom en roer met een spatel of mixer op lage stand kort glad, zonder lang door te kloppen.
Voeg de poedersuiker en het vanille-extract toe en meng tot alles gelijkmatig verdeeld is. Schraap tussendoor langs de wand van de kom. Zo voorkom je dat er nog stevige stukjes roomkaas aan de zijkant blijven zitten die later voor klontjes in de vulling zorgen.
Klop de koude slagroom in een schone kom tot stevige, zachte pieken. De room moet haar vorm houden en nog glad ogen. Stop voordat ze korrelig wordt. Met een kleine hoeveelheid gaat dit sneller dan je verwacht, dus blijf goed kijken tijdens het kloppen.
Roer eerst één flinke lepel slagroom door het roomkaasmengsel om dat wat soepeler te maken. Spatel daarna de rest er in twee porties doorheen. Schep rustig vanaf de bodem omhoog, zodat de MonChou-room luchtig blijft en niet onnodig veel volume verliest tijdens het mengen.
Proef een klein beetje van de room. De koekjes en kersenvlaaivulling zijn al zoet, dus de middenlaag hoeft dat niet overdreven te zijn. Wil je toch wat extra zoetheid, spatel dan hooguit een klein beetje gezeefde poedersuiker door de room en proef opnieuw.
Bouw de twee toetjes op
Verdeel de MonChou-room over de twee glazen, boven op de Bastognekruimels. Gebruik twee lepels of een spuitzak met een ruime opening. Begin voorzichtig langs de rand en vul daarna het midden, zodat je een mooie witte laag boven de bruine bodem krijgt.
Strijk de room glad met de achterkant van een lepel. Probeer niet in de koekjeslaag te roeren, want dan verdwijnen de kleuren. Laat bovenaan ruimte over voor de kersen en hun saus; de topping moet erbij passen zonder over de rand te lopen.
Roer de kersenvlaaivulling even door en verdeel ongeveer vijfenzeventig gram over ieder glas. Schep rustig, zodat de rode saus boven op de room blijft liggen. Verdeel ook de kersen zelf gelijkmatig: beide glazen mogen natuurlijk evenveel van het lekkere fruit meekrijgen.
Dek de glazen af zonder de bovenkant plat te drukken en zet ze minstens dertig minuten in de koelkast. De room wordt steviger, maar blijft zacht genoeg om te lepelen. Voor deze portietoetjes heb je geen gelatine of urenlange opstijftijd nodig voor het serveren.
Zo serveer je ze extra lekker
Haal de twee glazen pas vlak voor het serveren uit de koelkast. Strooi eventueel een paar extra koekjeskruimels over de kersen, zodat je bovenop nog wat knapperigheid hebt. Leg er een dessertlepel naast en laat de zichtbare laagjes verder gewoon voor zichzelf spreken.
Bij een uitgebreid diner zijn dit royale desserts. Wil je iets kleinere porties, verdeel dezelfde hoeveelheid dan over vier kleine glaasjes. Gebruik daarbij minder hoge lagen en schep de kersen gelijkmatig op. De bereiding blijft hetzelfde, alleen het vullen vraagt wat meer handelingen.
Variatie: maak de kersentopping zelf
Voor een zelfgemaakte topping verwarm je honderdvijftig gram ontpitte diepvrieskersen met vijftien gram suiker in een pannetje. Laat ze ongeveer vijf minuten zachtjes pruttelen, tot het fruit sap loslaat. Roer één theelepel maizena glad met één eetlepel koud water en voeg beetje bij beetje toe.
Laat de saus nog een minuut zacht koken en stop met toevoegen zodra ze licht gebonden is. Laat vervolgens helemaal afkoelen voordat je haar op de MonChou-room schept. Deze variant vraagt extra kook- en afkoeltijd; warme kersen zouden de luchtige middenlaag namelijk zachter kunnen maken.
Variatie: kersen met een beetje chocolade
Kersen en pure chocolade zijn een heerlijke combinatie. Schaaf ongeveer vijftien gram chocolade met een dunschiller of rasp haar grof. Verdeel de helft als een dun laagje over de MonChou-room, schep de kersen erop en bewaar de rest voor het moment van serveren.
Kies bij deze versie liever geen dikke brokken, want die zijn lastig met een lepel door te steken. Fijne schaafselstukjes geven genoeg chocoladesmaak en houden het dessert prettig eetbaar. Laat het extra Bastognekoekje bovenop eventueel weg, zodat de garnering niet te druk wordt.

Variatie: een frisse citroentoets
Wil je het toetje iets frisser maken, voeg dan een halve theelepel fijn geraspte citroenschil toe aan de roomkaas met suiker en vanille. Was de citroen vooraf en rasp alleen het gele deel. Het witte laagje daaronder kan juist een bittere smaak geven.
De rasp geeft geur en frisheid zonder veel vocht toe te voegen. Houd de hoeveelheid bescheiden, zodat de kersen en kruidige koekjes herkenbaar blijven. Je hoeft hierbij geen citroensap te gebruiken; dat maakt de room dunner en kan de balans sneller te zuur laten worden.
Voorbereiden en goed bewaren
Je kunt deze desserts prima eerder op de dag maken. Bewaar ze afgedekt in de koelkast op vier graden en eet ze bij voorkeur dezelfde dag, uiterlijk binnen vierentwintig uur. Houd daarbij altijd een kortere bewaartermijn op de gebruikte zuivel of geopende topping aan.
Wil je de kruimels knapperig houden, bewaar bodem, room en kersen dan apart en bouw de glazen later op. Geef de samengestelde desserts nog wat koeltijd. Hoe langer de kruimels onder de room liggen, hoe zachter de onderste laag wordt door opgenomen vocht.
Invriezen zou ik voor deze glaasjes niet aanraden. De room kan na ontdooien van structuur veranderen en de koekjeslaag wordt snel zacht. Met dit recept maak je twee porties, waardoor je eenvoudig vers kunt werken en weinig hoeft over te houden na het eten.
Met MonChou, Bastogne en kersen maak je zo een dessert dat weinig moeite kost en toch feestelijk oogt. De romige middenlaag, kruidige bodem en fruitige bovenkant vullen elkaar heerlijk aan. Zet twee glazen klaar en geniet van je eigen MonChou-toetje, lepel voor lepel.










