Malse zalm in een romige tomatensaus, zachte cherrytomaatjes en verse basilicum: dit eenpansgerecht zit vol smaak en staat snel op tafel. De saus krijgt een zachte, volle smaak door een scheutje room en is heerlijk om met knapperig brood op te dippen.
Je bakt de zalm eerst kort aan en maakt daarna de saus in dezelfde pan. Zo blijven de lekkere aanbaksels behouden en heb je weinig afwas. De vis gaat aan het einde terug in de saus om rustig verder te garen.
Dit recept is bedoeld voor twee personen en vraagt ongeveer vijfendertig minuten van snijden tot serveren. Je hebt alleen een ruime koekenpan of hapjespan nodig. Geef er vers brood bij voor een eenvoudige maaltijd, of kies een apart bereid bijgerecht naar smaak.
Ingrediënten voor twee personen
- 2 zalmfilets zonder huid van ongeveer 150 gram per stuk
- 200 gram cherrytomaatjes
- 1 kleine ui
- 2 teentjes knoflook
- 200 milliliter passata
- 100 milliliter ongeklopte slagroom
- 1 eetlepel olijfolie
- ½ theelepel gedroogde oregano
- Een klein handje verse basilicum, ongeveer 10 gram
- Zwarte peper en zout naar smaak
- Eventueel 2–3 eetlepels water om de saus te verdunnen
- Optioneel: knapperig brood voor erbij
Kies zalmfilets die ongeveer even dik zijn, zodat beide stukken tegelijk gaar worden. Gebruik je diepvrieszalm, laat die dan vooraf in de koelkast ontdooien en dep goed droog. Extra vocht aan de buitenkant maakt het lastiger om de vis mooi aan te bakken.
Passata geeft de saus een gladde basis, terwijl de cherrytomaatjes voor herkenbare stukjes en een zoet tomatenaccent zorgen. Slagroom maakt het geheel romig en is geschikt om zachtjes mee te verwarmen. Je gebruikt haar ongeklopt, rechtstreeks uit het pakje of bekertje.
Stap 1: de ingrediënten voorbereiden
Halveer de cherrytomaatjes, snipper de ui fijn en hak de knoflook. Pluk de basilicumblaadjes van de steeltjes en houd een paar mooie blaadjes apart voor bovenop. Snijd de overige blaadjes grof, zodat je ze straks gemakkelijk door de saus kunt scheppen.
Dep de zalm droog met keukenpapier en bestrooi beide kanten met een beetje zout en zwarte peper. Leg de vis op een apart bord. Zet de passata, room en oregano alvast klaar, zodat je tijdens het bakken rustig kunt blijven doorwerken.
Stap 2: de zalm kort aanbraden
Verhit de olijfolie in de pan op middelhoog vuur. Leg de zalm voorzichtig met de mooiste kant naar beneden in de pan en bak ongeveer twee tot drie minuten. Laat de vis eerst liggen, zodat het oppervlak kan kleuren zonder te scheuren.
Keer de zalm met een brede spatel en bak de andere kant ongeveer één minuut. Schep de filets vervolgens voorzichtig op een schoon bord. Ze zijn nu vanbuiten aangebakken en vanbinnen nog niet gaar; ze gaan straks direct verder garen in de saus.
Zet het vuur wat lager voordat je de ui toevoegt. Blijven er bruine aanbaksels achter, laat die dan zitten voor extra smaak. Zijn er echt zwarte, verbrande stukjes ontstaan, verwijder die eerst voorzichtig, omdat ze de romige tomatensaus een bittere smaak kunnen geven.

Stap 3: romige tomatensaus maken
Voeg de gesnipperde ui toe aan dezelfde pan en fruit ongeveer drie minuten op middellaag vuur. Roer regelmatig, zodat de ui zacht wordt zonder donker te kleuren. Voeg daarna de knoflook en oregano toe en bak ongeveer dertig seconden mee.
Doe de gehalveerde cherrytomaatjes in de pan en bak ze twee tot drie minuten mee. Roer voorzichtig, zodat enkele tomaatjes hun vorm behouden. Ze mogen wat zachter worden en sap loslaten; dat mengt zich straks met de passata tot een smaakvolle basis.
Schenk de passata erbij en roer de aanbaksels van de bodem los. Laat de saus ongeveer vier minuten zachtjes pruttelen. Zet het vuur vervolgens laag en roer de slagroom erdoor, tot je een gelijkmatige, licht oranjerode saus hebt die mooi romig oogt.
Proef de saus en voeg naar smaak peper en zout toe. Is ze erg dik geworden, roer er dan een eetlepel water door en beoordeel opnieuw. De saus moet de bodem royaal bedekken, maar hoeft niet zo dun te zijn dat de zalm erin zwemt.
Stap 4: de zalm in de saus laten garen
Leg de aangebakken zalmfilets terug in de zacht pruttelende saus, met de mooiste kant naar boven. Schep wat saus langs de zijkanten van de vis en laat vijf tot acht minuten rustig garen. De precieze tijd hangt af van de dikte van de filets.
Laat de saus niet hard koken, want dan kan de zalm droger worden en valt de vis gemakkelijker uiteen. Gebruik bij een dikke filet eventueel kort een deksel. Controleer tussendoor of er voldoende saus overblijft en voeg zo nodig een klein scheutje water toe.
Controleer de gaarheid bij voorkeur met een kernthermometer in het dikste gedeelte van de zalm: houd zestig graden aan. De vis laat zich dan gemakkelijk in vlokken verdelen. Haal de pan van het vuur zodra de zalm gaar is, zodat ze niet onnodig doorgaart.
Schep de grofgesneden basilicum voorzichtig door de saus rondom de zalm. Roer niet stevig door de hele pan, zodat de filets heel blijven. Verdeel de apart gehouden blaadjes over het gerecht en serveer meteen, wanneer de saus warm en de basilicum geurig is.
Lekker serveren en eenvoudig aanpassen
Knapperig stokbrood of een stevige snee zuurdesembrood past heerlijk bij deze saus. Leg wat brood naast de zalm en schep er tomatensaus overheen of dip rechtstreeks vanuit je bord. Een kleine salade van komkommer en veldsla geeft er een fris accent naast.
Wil je liever pasta, rijst of krieltjes erbij, bereid die dan apart en plan hun kooktijd mee. Voor een maaltijd met pasta is ongeveer honderdvijftig gram ongekookte pasta voor twee personen een bruikbaar uitgangspunt. De saus is ruim genoeg om er wat doorheen te scheppen.
Voor vier personen verdubbel je de hoeveelheden en gebruik je een grotere hapjespan. Bak de zalm eventueel in twee porties aan, zodat de pan niet te vol wordt. De gaartijd hangt vooral af van de dikte van de vis en verandert niet automatisch.
Variatie met spinazie
Voeg honderd tot honderdvijftig gram spinazie toe nadat de room door de tomatensaus is geroerd. Doe dat in kleine porties en laat de blaadjes rustig slinken. Roer tussendoor, zodat de spinazie zich gelijkmatig verdeelt en niet als één grote pluk in de pan blijft liggen.
Laat eventueel vrijgekomen vocht kort verdampen voordat je de zalm teruglegt. Houd de hoeveelheid room gelijk en voeg pas water toe wanneer dat echt nodig is. De spinazie maakt de saus voller met groenten en past mooi bij de zachte vis en verse basilicum.

Mediterrane variatie met olijven en kappertjes
Voeg veertig gram gehalveerde olijven en één theelepel uitgelekte kappertjes toe wanneer de passata in de pan gaat. Laat ze enkele minuten meepruttelen, zodat hun hartige smaak zich door de saus verspreidt. Gebruik groene of zwarte olijven, afhankelijk van wat je lekker vindt.
Voeg in deze versie pas aan het einde zout toe, omdat olijven en kappertjes al behoorlijk zout kunnen zijn. De combinatie geeft de romige saus meer pit zonder extra kruiden nodig te hebben. Houd de basilicum als frisse afwerking en serveer er knapperig brood bij.
Variatie zonder zuivel met extra citroen
Vervang de slagroom door honderd milliliter ongezoete plantaardige kookroom, bijvoorbeeld op basis van haver of soja. Kies een variant die geschikt is voor warme sauzen en controleer het etiket wanneer je zuivel wilt vermijden. Maak de rest van het gerecht zoals beschreven.
Roer na het garen een halve theelepel fijn geraspte citroenschil door de saus voor een fris accent. Gebruik alleen het gele deel van een goed gewassen citroen. Begin met weinig rasp en proef, zodat de citroen de tomaat en basilicum niet gaat overheersen.
Bewaren en opnieuw opwarmen
Laat overgebleven zalm met saus snel afkoelen en zet het gerecht binnen twee uur in een afgesloten bakje in de koelkast op vier graden. Gebruik het binnen twee dagen. Bewaar eventueel brood of een apart bijgerecht los, zodat de structuur daarvan beter behouden blijft.
Warm een portie één keer opnieuw op in een pannetje op laag vuur, met eventueel een scheutje water. Verwarm tot de hele portie stomend heet is en schep voorzichtig om. De zalm kan daarbij in vlokken uiteenvallen; ook zo smaakt ze lekker door de saus.
Invriezen kan tot ongeveer drie maanden, al kan de roomsaus na ontdooien iets minder glad worden en de zalm zachter. Ontdooi een portie in de koelkast. Voeg na het opwarmen liever verse basilicum toe, omdat ingevroren blaadjes hun frisse uitstraling grotendeels verliezen.










