In Nederland lijkt het soms alsof elke euro die je verdient meteen deels wordt afgeroomd door de Belastingdienst. Dat gevoel is niet helemaal onterecht: ons belastingstelsel is zo ingericht dat inkomen uit werk vrijwel altijd wordt belast. Toch bestaat er een opvallende uitzondering. Wie in 2026 een bepaald inkomen heeft, kan onderaan de streep uitkomen op nul euro belastingdruk. Hoe dat precies zit, is minder simpel dan het klinkt, maar het systeem werkt wel degelijk zo.
Nederland hanteert een uitgebreid en progressief belastingstelsel. Dat betekent dat je meer belasting betaalt naarmate je inkomen stijgt. Het uitgangspunt is dat iedereen naar draagkracht bijdraagt aan collectieve voorzieningen zoals zorg, onderwijs en infrastructuur. Er bestaat dan ook geen officieel “belastingvrij inkomen” zoals in sommige andere landen.
Belastingen betalen: de basisgedachte
Toch is de praktijk genuanceerder. Door kortingen en toeslagen kan de uiteindelijke belastingdruk voor mensen met een lager inkomen flink worden verlaagd. In sommige gevallen zelfs tot nul.
De drie boxen van de Belastingdienst
Het Nederlandse belastingsysteem is opgedeeld in drie zogenoemde boxen:
Box 1: inkomen uit werk en woning (loon, winst uit onderneming, pensioen)
Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang, zoals aandelen in een eigen bv
Box 3: vermogen, bijvoorbeeld spaargeld en beleggingen
Voor de meeste werkenden is box 1 het belangrijkst. De tarieven in deze box worden jaarlijks vastgesteld en kunnen dus veranderen. Voor 2026 zijn deze tarieven opnieuw aangepast.
Belastingtarieven in 2026
In box 1 wordt gewerkt met drie schijven. Belangrijk om te weten: je inkomen wordt niet volledig tegen één tarief belast. Elk deel van je inkomen valt in een aparte schijf en wordt tegen het bijbehorende percentage belast.
Voor 2026 gelden de volgende tarieven:
Tot en met € 38.883: 35,75%
Van € 38.884 tot € 78.426: 37,56%
Vanaf € 78.427: 49,50%
Dat betekent dat iemand met een inkomen van bijvoorbeeld € 45.000 niet over het hele bedrag bijna 38 procent betaalt, maar slechts over het deel dat boven de eerste schijf uitkomt.

Waarom belasting soms toch op nul uitkomt
Hoewel deze percentages hoog lijken, betaal je in de praktijk vaak minder. Dat komt door de heffingskortingen. Dit zijn vaste bedragen die direct in mindering worden gebracht op de verschuldigde belasting. Ze werken dus anders dan aftrekposten, die het belastbaar inkomen verlagen.
De twee belangrijkste heffingskortingen zijn:
Algemene heffingskorting
Arbeidskorting
Samen kunnen deze kortingen een groot deel van de te betalen belasting wegstrepen.
Algemene heffingskorting in 2026
De algemene heffingskorting geldt voor vrijwel iedereen die belasting betaalt. In 2026 bedraagt deze maximaal € 3.115. Dit maximale bedrag geldt alleen bij lagere inkomens. Naarmate je meer verdient, wordt de korting stap voor stap afgebouwd.
Voor mensen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, is deze korting volledig toepasbaar tot een bepaald inkomensniveau.
Arbeidskorting: speciaal voor werkenden
Wie inkomsten uit arbeid heeft, komt daarnaast in aanmerking voor de arbeidskorting. Deze korting stimuleert werken en loopt op naarmate je meer verdient, tot een maximum. In 2026 bedraagt de maximale arbeidskorting € 5.685.
Net als bij de algemene heffingskorting geldt ook hier dat het bedrag na een bepaald inkomen weer wordt afgebouwd. Voor lage en middeninkomens vormt de arbeidskorting echter een zeer krachtig instrument om de belastingdruk te verlagen.
Het effect van beide kortingen samen
Wanneer je de algemene heffingskorting en de arbeidskorting bij elkaar optelt, kan het totale kortingsbedrag oplopen tot bijna € 8.800. Voor mensen met een relatief laag inkomen kan dit betekenen dat vrijwel de volledige loonheffing wordt gecompenseerd.
Daarmee ontstaat een bijzondere situatie: je werkgever houdt wel belasting in, maar via kortingen en toeslagen krijg je dit bedrag feitelijk weer terug.
Het specifieke inkomen met nul belastingdruk
In 2026 ligt het omslagpunt waarbij de belastingdruk exact op nul uitkomt rond een bruto jaarinkomen van ongeveer € 28.000, mits je geen fiscale partner hebt en volledig recht hebt op de kortingen.
Hoe werkt dat concreet?
Bij een bruto jaarinkomen van circa € 28.008 wordt in de eerste schijf loonheffing ingehouden tegen 35,75 procent. Dat komt neer op ongeveer € 10.004 aan ingehouden belasting.
Vervolgens worden de heffingskortingen toegepast:
Algemene heffingskorting: € 3.115
Arbeidskorting: ongeveer € 5.341
Na aftrek van deze bedragen blijft er nog een belastingbedrag over van circa € 1.548.

De rol van zorgtoeslag
Daar stopt het verhaal niet. Mensen met een lager inkomen hebben in 2026 recht op zorgtoeslag, die kan oplopen tot € 1.548 per jaar. Dat bedrag compenseert precies het resterende deel van de belasting.
Onder de streep komt de totale belastingdruk daardoor uit op nul euro. Je betaalt wel belasting, maar krijgt dit via kortingen en toeslagen volledig gecompenseerd.
Belangrijke kanttekeningen
Deze berekening geldt alleen onder specifieke voorwaarden. Zo mag je geen fiscale partner hebben met een inkomen dat invloed heeft op toeslagen. Ook moet je volledig recht hebben op zorgtoeslag en mogen er geen andere inkomstenbronnen zijn die de berekening verstoren.
Daarnaast gaat het om een theoretisch omslagpunt. In de praktijk kan het exacte bedrag iets afwijken door persoonlijke omstandigheden, pensioenpremies of cao-afspraken.
Waarom dit systeem bestaat
Het Nederlandse systeem is bewust zo ingericht. Door lage inkomens te ontzien via heffingskortingen en toeslagen, blijft werken financieel aantrekkelijk. Tegelijkertijd dragen hogere inkomens meer bij aan de collectieve lasten.
Critici wijzen erop dat het systeem complex is en lastig te begrijpen. Voorstanders benadrukken juist dat het maatwerk mogelijk maakt en inkomensongelijkheid dempt.
Wat betekent dit voor jouw portemonnee?
Verdien je rond dit inkomensniveau, dan is het goed om te weten dat je effectieve belastingdruk veel lager ligt dan het tarief op papier suggereert. Het loont om je loonstrook, voorlopige aanslag en toeslagen goed te controleren.
Voor wie net boven dit punt uitkomt, kan een kleine salarisverhoging soms minder opleveren dan verwacht, omdat toeslagen worden afgebouwd. Ook dat is een typisch kenmerk van het Nederlandse stelsel.
Hoewel er in Nederland officieel geen belastingvrij inkomen bestaat, laat 2026 zien dat de praktijk anders kan uitpakken. Door de combinatie van belastingschijven, heffingskortingen en toeslagen kan een bepaald jaarinkomen effectief belastingvrij zijn. Dat maakt duidelijk hoe groot de invloed van fiscale regelingen is op wat je uiteindelijk écht overhoudt.










