Spruitjes, goudbruine aardappelschijfjes en hartige spekjes: deze ovenschotel heeft alles voor een gezellige maaltijd. De romige mosterdsaus verbindt alle smaken, terwijl een dun laagje kaas bovenop zorgt voor een lekker korstje. Zo maak je van gewone ingrediënten een schaal vol winterse gezelligheid.

Door de spruitjes kort voor te koken, blijven ze stevig genoeg om in de oven verder te garen. De aardappelen krijgen dezelfde voorsprong. Daardoor hoef je de schotel alleen nog te gratineren en komen alle onderdelen tegelijk lekker gaar op tafel.
Dit recept is bedoeld voor twee personen en vraagt ongeveer vijfentwintig minuten voorbereiding, gevolgd door vijfentwintig minuten oventijd en vijf minuten rust. Terwijl de schaal in de oven staat, kun je de keuken opruimen of alvast een eenvoudige frisse salade maken.
Ingrediënten voor twee personen
- 400 gram spruitjes
- 450 gram vastkokende aardappelen, geschild gewogen
- 125 gram gerookte spekreepjes
- 1 kleine ui
- 1 teentje knoflook
- 15 gram roomboter, plus een beetje voor de schaal
- 15 gram bloem
- 150 milliliter halfvolle melk
- 100 milliliter kookroom
- 1 eetlepel grove mosterd
- 1 theelepel dijonmosterd, naar smaak
- 60 gram geraspte belegen kaas
- Een snufje nootmuskaat
- Zwarte peper en eventueel zout
Gebruik een ovenschaal van ongeveer tweeëntwintig bij zestien centimeter, met voldoende diepte voor de vulling. Een iets grotere schaal kan ook, maar dan wordt het laagje dunner en kleurt de bovenkant sneller. Zet daarnaast twee kookpannen en een koekenpan klaar.
Grove mosterd geeft herkenbare mosterdzaadjes en een ronde smaak aan de saus. De kleine hoeveelheid dijonmosterd zorgt voor extra pit. Begin gerust met minder als je liever mild eet; je kunt de saus voor het mengen altijd nog wat scherper maken.
Stap 1: spruitjes en aardappelen voorbereiden
Verwarm de oven voor op 200 graden boven- en onderwarmte, of 180 graden hetelucht. Vet de ovenschaal licht in. Snijd een dun stukje van de onderkant van de spruitjes, verwijder lelijke buitenblaadjes en halveer ze. Snijd uitzonderlijk grote exemplaren in vieren.
Schil de aardappelen en snijd ze in gelijkmatige plakjes van ongeveer vijf millimeter. Kook de schijfjes ongeveer zeven tot acht minuten in licht gezouten water. Ze moeten bijna gaar zijn, maar stevig genoeg blijven om zonder breken door de vulling te scheppen.
Kook de spruitjes ondertussen in een tweede pan ongeveer vier tot vijf minuten. Giet beide pannen af en laat de inhoud goed uitdampen. Dat laatste is belangrijk: achtergebleven kookwater maakt de mosterdsaus dun en kan onderin de ovenschaal een waterig laagje veroorzaken.
Controleer de aardappelen met de punt van een mes voordat je ze afgiet. Die moet er met lichte weerstand in glijden. Dikkere schijfjes hebben wat langer nodig; de oven is vooral bedoeld om alles samen verder te garen en mooi te kleuren.

Stap 2: spekjes bakken en mosterdsaus maken
Snipper de ui en hak de knoflook fijn. Bak de spekreepjes in een droge koekenpan op middelhoog vuur ongeveer vijf minuten, tot ze beginnen te kleuren. Voeg de ui toe en bak drie minuten mee. Laat de knoflook de laatste minuut meebakken.
Schep het spekmengsel uit de pan. Laat eventueel een klein beetje bakvet achter voor smaak en giet overtollig vet weg. Smelt de afgewogen boter in dezelfde pan, voeg de bloem toe en roer ongeveer een minuut, zonder de bloem donker te laten worden.
Schenk de melk er in kleine scheutjes bij en roer telkens glad voordat je meer toevoegt. Voeg daarna de kookroom toe. Laat de saus twee tot drie minuten zachtjes pruttelen, terwijl je blijft roeren, tot ze licht gebonden en mooi romig is.
Roer beide soorten mosterd door de saus en breng op smaak met zwarte peper en nootmuskaat. Proef voordat je zout toevoegt, want het spek en de kaas brengen al zout mee. De saus mag royaal smaken, omdat aardappelen en spruitjes haar straks verzachten.
De juiste saus blijft aan een lepel hangen, maar is nog gemakkelijk te schenken. Is ze erg dik geworden, voeg dan een klein scheutje melk toe. Maak haar niet onnodig dun: tijdens het bakken komt er meestal nog wat vocht uit de groenten.
Stap 3: de ovenschaal vullen en goudbruin bakken
Verdeel de aardappelschijfjes, spruitjes en het spekmengsel over de ovenschaal. Schenk de mosterdsaus erover en schep voorzichtig om, zodat alles een dun laagje saus krijgt. Laat enkele halve spruitjes bovenop zichtbaar liggen; die krijgen in de oven lekkere geroosterde randjes.
Strooi de geraspte kaas gelijkmatig over de bovenkant. Bak de schotel ongeveer vijfentwintig minuten in het midden van de oven, tot de saus langs de randen borrelt en de kaas goudbruin is. Controleer met een mes of de aardappelschijfjes helemaal zacht zijn.
Kleurt de bovenkant eerder dan de aardappelen gaar zijn, dek de schaal dan losjes af met aluminiumfolie. Geef haar nog vijf tot tien minuten extra. Ovens en aardappelsoorten verschillen, dus laat de gaarheid uiteindelijk zwaarder wegen dan de aangegeven baktijd.
Laat de ovenschotel na het bakken vijf minuten staan voordat je opschept. De saus verdeelt zich dan beter tussen de aardappelen en spruitjes. Je houdt een romige schotel die gemakkelijk te serveren is, met bovenop nog steeds dat heerlijke goudbruine kaaslaagje.
Lekker erbij en handig aanpassen
Een salade van komkommer, appel en veldsla past goed bij deze stevige maaltijd. Maak een eenvoudige dressing van citroensap, olijfolie en een beetje mosterd. Het frisse zuurtje geeft afwisseling naast de roomsaus, zonder dat je nog een ingewikkeld bijgerecht hoeft te bereiden.
Voor vier personen kun je alle hoeveelheden verdubbelen en een ruimere ovenschaal gebruiken. Houd de vulling ongeveer even hoog als bij de kleine versie. Een diepe, volle schaal warmt langzamer op; controleer daarom of ook het midden goed heet is.
Variatie met champignons en tijm
Voor een versie met extra groenten voeg je honderdvijftig gram in plakjes gesneden kastanjechampignons toe. Bak ze na het spek apart op redelijk hoog vuur, zodat hun vocht verdampt. Meng ze vervolgens met de ui, aardappelen en spruitjes door de saus.
Voeg een halve theelepel gedroogde tijm aan de mosterdsaus toe en gebruik eventueel iets minder nootmuskaat. De champignons geven een aardse smaak die mooi aansluit bij het spek. Houd de hoeveelheid room gelijk; goed gebakken champignons vragen geen extra saus.
Vegetarische variatie met witte bonen
Laat het spek weg en gebruik honderdvijftig gram uitgelekte witte bonen uit blik. Spoel ze af en laat ze goed uitlekken. Fruit de ui in een eetlepel olie en voeg de knoflook toe. Een halve theelepel gerookt paprikapoeder geeft extra hartigheid.
Schep de bonen voorzichtig door de groenten en mosterdsaus, zodat ze heel blijven. Kies voor deze variant kaas met vegetarisch stremsel. De bonen maken de vulling voller en zachter; zwarte peper en wat extra grove mosterd houden de smaak levendig.
Variatie met appel en oude kaas
Snijd een kleine, stevige appel in blokjes en bak die de laatste twee minuten met de ui mee. De appel hoeft alleen iets zachter te worden. Verdeel de blokjes samen met het spek door de schaal voor kleine, friszoete accenten.
Vervang de belegen kaas door vijfenveertig gram oude kaas, die krachtiger smaakt. Gebruik in deze versie eerst alleen de grove mosterd en proef daarna of dijonmosterd nodig is. Vooral met een frisse appel blijft de combinatie mooi in balans en prettig hartig.

Bewaren, invriezen en opnieuw opwarmen
Laat restjes snel afkoelen en zet ze binnen twee uur in afgesloten bakjes in de koelkast. Bewaar ze bij vier graden maximaal twee dagen. Verdeel een grote hoeveelheid liever over ondiepe bakjes, zodat de warmte sneller weg kan en de schotel goed afkoelt.
Invriezen kan in afzonderlijke porties, tot ongeveer drie maanden. Laat de schotel eerst afkoelen en sluit de bakjes goed af. De roomsaus kan na ontdooien iets minder glad zijn en de aardappelen wat zachter, maar de smaak blijft meestal prima.
Ontdooi een portie in de koelkast. Warm haar afgedekt op in een oven van 180 graden, ongeveer twintig tot dertig minuten afhankelijk van de hoeveelheid. Controleer of ook het midden stomend heet is. Voeg zo nodig een klein scheutje melk toe.
Haal de afdekking de laatste minuten weg als je de bovenkant weer wat krokanter wilt. Verwarm alleen de portie die je gaat eten en warm een restje maar één keer opnieuw op. Serveer er eventueel opnieuw een kleine frisse salade naast.










