Voor een avondje ontspanning in de bioscoop had hij het simpel willen houden: kaartje kopen, zaal in, telefoon uit. Maar bij het filmhuis in Arnhem liep het anders. Aan de kassa kreeg hij te horen dat contant betalen niet mogelijk was.

Alleen pinnen. Voor veel bezoekers geen enkel probleem, maar voor deze man juist wél. Hij wilde om privacyredenen niet met zijn bankpas betalen en besloot de kwestie voor te leggen aan de rechter.
Wat begon als een ogenschijnlijk klein meningsverschil over een bioscoopkaartje, groeide uit tot een principiële zaak over de toekomst van contant geld in Nederland. Want mag een ondernemer simpelweg weigeren om cash aan te nemen?
Of is contant geld nog altijd een wettig betaalmiddel dat je overal moet kunnen gebruiken? In het televisieprogramma Nieuws van de Dag werd de zaak uitgebreid besproken en bleek dat de uitspraak van de Raad van State mogelijk grotere gevolgen heeft dan alleen voor dit Arnhemse filmhuis.
Privacy versus pinbetaling
De man in kwestie staat bekend als privacy-activist. Zijn bezwaar tegen pinnen is niet praktisch, maar principieel. Wanneer je pint, worden er persoonsgegevens verwerkt: je bankrekening, tijdstip, locatie en het bedrag van de betaling. Volgens hem moet het mogelijk zijn om anoniem een bioscoop te bezoeken, zonder dat die gegevens ergens worden opgeslagen of verwerkt.
Hij stapte daarom naar de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Die gaf hem in eerste instantie geen gelijk. Volgens de toezichthouder mocht het filmhuis kiezen voor pin-only, mede met het oog op veiligheid. Contant geld in de kassa kan immers een risico vormen op diefstal of overvallen.
Toch dacht de Raad van State daar anders over. Het hoogste bestuursorgaan oordeelde dat de Autoriteit Persoonsgegevens haar besluit onvoldoende had onderbouwd. Het enkele argument dat contant geld risico’s met zich meebrengt, is niet automatisch voldoende om het volledig te weigeren. Daarmee kreeg de privacy-activist alsnog deels gelijk.
Veiligheid als argument
Het filmhuis voerde aan dat contant geld onveilig kan zijn voor medewerkers. Minder cash in de kassa zou het risico op overvallen verkleinen. Dat argument wordt door meer ondernemers gebruikt die overstappen op pin-only.
Maar volgens de Raad van State moet zo’n veiligheidsargument concreet en goed onderbouwd zijn. Is er daadwerkelijk sprake van een verhoogd risico? Zijn er incidenten geweest? Of gaat het om een algemeen gevoel van onveiligheid?
Financieel journalist Martin Visser lichtte in Nieuws van de Dag toe dat dit onderscheid cruciaal is. “Natuurlijk bestaat er een risico op diefstal,” stelde hij. “Maar daarmee is niet automatisch aangetoond dat de persoonlijke veiligheid van medewerkers daadwerkelijk in gevaar is.” En precies daar wringt het juridisch.

Nieuwe wetgeving in aantocht
De timing van deze uitspraak is opvallend. In Den Haag wordt namelijk al langer gesproken over wetgeving die contant geld moet beschermen. In november werd duidelijk dat winkels vanaf 2027 in principe geen “pin only”-beleid meer mogen voeren. Ondernemers zullen dan verplicht zijn contant geld te accepteren.
Dat klinkt als een overwinning voor voorstanders van cash, maar er zitten haken en ogen aan. Er komen namelijk uitzonderingen in de wet. Eén daarvan betreft situaties waarin de veiligheid van personeel aantoonbaar in het geding is. En juist dát punt staat nu centraal in de Arnhemse bioscoopzaak.
De uitspraak van de Raad van State kan dus richtinggevend zijn voor hoe streng die uitzonderingen straks worden geïnterpreteerd. Ondernemers zullen hun argumenten beter moeten onderbouwen als ze contant geld willen weigeren.
Verdwijnt contant geld uit het straatbeeld?
De discussie raakt aan een bredere maatschappelijke ontwikkeling. In steeds meer winkels, horecazaken en culturele instellingen kun je alleen nog pinnen. Voor veel consumenten is dat makkelijk en snel. Contactloos betalen is ingeburgerd, en cash lijkt voor sommigen ouderwets.
Toch is er ook een tegenbeweging. Sommige mensen ervaren de huidige ontwikkeling als een “oorlog tegen het contant geld”. Zij wijzen op privacy, autonomie en toegankelijkheid.
Niet iedereen heeft immers een bankrekening of wil digitaal betalen. Denk aan ouderen, kwetsbare groepen of mensen die bewust hun uitgaven willen beperken door met contant geld te werken.
Daarnaast speelt er nog een ander aspect: wat gebeurt er bij storingen? Als het pinverkeer uitvalt, kan een volledig digitale economie plotseling stilvallen. Contant geld fungeert dan als vangnet.
Hoeveel contant geld mag je thuis hebben?
De discussie over cash roept ook praktische vragen op. Bijvoorbeeld: hoeveel contant geld mag je eigenlijk belastingvrij in huis hebben?
Er is in Nederland geen harde limiet aan de hoeveelheid contant geld die je thuis mag bewaren. Wel moet je grote bedragen kunnen verklaren. Als je bijvoorbeeld tienduizenden euro’s in huis hebt zonder duidelijke herkomst, kan dat vragen oproepen bij de Belastingdienst of andere instanties.
Voor belastingdoeleinden geldt dat contant geld onderdeel is van je vermogen in box 3. Dat betekent dat het meetelt bij je spaargeld en beleggingen. Zolang je totale vermogen onder de vrijstellingsgrens blijft, betaal je daar geen belasting over. Kom je erboven, dan wel.

Politieke wil om cash te behouden
Opvallend is dat de politiek zich nadrukkelijk uitspreekt voor het behoud van contant geld. In een steeds verder digitaliserende samenleving wordt cash gezien als een publiek belang. Het biedt keuzevrijheid en fungeert als back-up in noodsituaties.
De komende wetgeving moet dat recht op contant betalen beter verankeren. Maar de praktijk zal moeten uitwijzen hoe stevig die bescherming werkelijk is. Als uitzonderingen ruim worden geïnterpreteerd, kunnen ondernemers alsnog massaal overstappen op pin-only.
Meer dan een bioscoopkaartje
Wat begon als een conflict over een filmavond, blijkt dus een principiële kwestie met landelijke impact. De zaak uit Arnhem legt de spanning bloot tussen technologische vooruitgang, veiligheid, privacy en wettelijke rechten.
Voor de privacy-activist draait het om een fundamenteel punt: moet je in een moderne samenleving nog anoniem kunnen betalen? Voor ondernemers draait het om efficiëntie en veiligheid. Voor de politiek draait het om balans.
De uitspraak van de Raad van State betekent in elk geval dat contant geld niet zomaar aan de kant kan worden geschoven met een algemeen beroep op veiligheid. Er moet beter worden gemotiveerd waarom cash wordt geweigerd.
Of dat voldoende is om contant geld echt te behouden in het straatbeeld, zal de komende jaren blijken. Eén ding is zeker: de discussie over cash is voorlopig nog niet voorbij. En wie had gedacht dat een simpel bioscoopbezoek zo’n principieel debat zou ontketenen?










