Steeds meer Nederlandse gemeenten trekken aan de bel over de kosten van sigarettenpeuken op straat. Wat voor veel mensen misschien als klein afval wordt gezien, blijkt in werkelijkheid een groot en hardnekkig probleem.

Jaarlijks gaat er tientallen miljoenen euro’s op aan het opruimen van peuken, en een flink deel van die rekening komt nog altijd terecht bij de belastingbetaler. Dat wringt, vinden lokale overheden, zeker omdat roken steeds minder wordt gestimuleerd en niet-rokers indirect meebetalen aan de gevolgen ervan.
Daarom klinkt er nu een duidelijke oproep richting de tabaksindustrie: neem volledige verantwoordelijkheid en betaal alle kosten voor het opruimen van dit afval. Op dit moment dragen fabrikanten ongeveer de helft bij, terwijl de rest uit publieke middelen komt. Volgens gemeenten, waterschappen en ook het ministerie van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is dat niet langer houdbaar. Zij vinden dat de vervuiler volledig moet betalen.
De discussie draait vooral om de enorme hoeveelheid peuken die jaarlijks in het milieu belanden. Volgens cijfers van Rijkswaterstaat gaat het om miljarden stuks per jaar. Dat maakt sigarettenfilters tot een van de meest voorkomende vormen van zwerfafval in Nederland. Het probleem zit niet alleen in de hoeveelheid, maar ook in de aard van het afval.
Sigarettenfilters bestaan grotendeels uit celluloseacetaat, een soort plastic dat maar heel langzaam afbreekt. Daardoor blijven peuken jarenlang in het milieu aanwezig. In die periode vallen ze langzaam uit elkaar en laten ze kleine plasticdeeltjes achter, de zogeheten microplastics. Die komen terecht in de bodem, het water en uiteindelijk ook in de voedselketen.
Daarnaast bevatten peuken allerlei schadelijke stoffen. Denk aan resten nicotine, zware metalen en zelfs giftige componenten zoals arseen. Wanneer een peuk op straat of in het water belandt, kunnen die stoffen lekken en schade aanrichten aan planten, dieren en ecosystemen. Wat voor de roker een klein restproduct is, heeft dus een veel grotere impact dan vaak wordt gedacht.
Het opruimen van al dat afval is bovendien geen eenvoudige klus. Peuken zijn klein, licht en moeilijk te verwijderen. Ze waaien makkelijk weg, blijven hangen tussen stoeptegels of verdwijnen in putten en water. Daardoor kost het schoonhouden van straten en openbare ruimtes relatief veel tijd en geld.

Sinds 2023 geldt er een regeling waarbij tabaksfabrikanten meebetalen aan de opruimkosten. Het idee daarachter is simpel: wie een product op de markt brengt dat afval veroorzaakt, moet ook bijdragen aan de verwerking ervan. Toch blijkt die regeling in de praktijk niet toereikend.
Een belangrijk probleem is dat fabrikanten alleen betalen voor sigaretten die in Nederland zijn verkocht. En juist daar zit een groeiend gat. Door hogere accijnzen kopen steeds meer mensen hun sigaretten over de grens. Dat betekent dat er wel peuken op straat belanden, maar dat de kosten daarvan niet volledig worden gedekt door de producenten.
Hierdoor verschuift een steeds groter deel van de rekening naar gemeenten en dus naar de belastingbetaler. Dat zorgt voor frustratie bij lokale bestuurders. Zij vinden het onlogisch dat de herkomst van een sigaret bepaalt wie de opruimkosten betaalt, terwijl het afvalprobleem zelf niet verandert.
Volgens belangenorganisaties zoals de NVRD is het systeem daardoor scheefgegroeid. Zij wijzen erop dat de bijdrage van fabrikanten in de praktijk flink lager uitvalt dan bedoeld. In sommige gevallen loopt de “korting” op tot bijna de helft van de totale kosten.
Dat betekent dat ook mensen die niet roken meebetalen aan het opruimen van peuken. En juist dat wordt als oneerlijk ervaren. Gemeenten pleiten daarom voor een systeem waarbij fabrikanten alle kosten dragen, ongeacht waar de sigaretten zijn gekocht.
Naast de financiële discussie speelt er ook een bredere maatschappelijke ontwikkeling. Nederland zet steeds sterker in op het terugdringen van roken. Denk aan rookvrije zones, hogere accijnzen en campagnes om mensen te laten stoppen. In dat licht voelt het volgens veel gemeenten vreemd dat de samenleving nog steeds opdraait voor een deel van de gevolgen.

Tegelijkertijd wordt er ook gekeken naar structurele oplossingen. Eén daarvan is het mogelijk verbieden van sigarettenfilters. Volgens onderzoek van het RIVM leveren filters nauwelijks gezondheidsvoordelen op voor rokers, maar zorgen ze wel voor veel milieuschade.
Steeds meer gemeenten sluiten zich daarom aan bij initiatieven die pleiten voor een verbod op filters. Inmiddels doen tientallen gemeenten mee aan campagnes om dit onderwerp op de politieke agenda te krijgen. Zij hopen dat er uiteindelijk op Europees of zelfs mondiaal niveau regels komen.
Zo’n verbod zou een grote impact hebben. Het zou betekenen dat sigaretten zonder filter worden verkocht, waardoor het grootste deel van het plastic afval direct verdwijnt. Tegelijkertijd is het een maatregel die gevoelig ligt, omdat het ingrijpt in de productie en verkoop van tabak.
Voor nu ligt de focus vooral op het eerlijk verdelen van de kosten. Gemeenten willen dat de vervuiler betaalt, en dat principe lijkt steeds meer steun te krijgen. Of dat daadwerkelijk leidt tot nieuwe wetgeving, zal de komende tijd moeten blijken.
Wat wel duidelijk is, is dat sigarettenpeuken allang niet meer worden gezien als klein probleem. Ze vormen een serieuze belasting voor het milieu én voor de portemonnee van gemeenten. De roep om verandering wordt dan ook steeds luider.










