De rekening van de gemeente valt dit jaar opnieuw hoger uit. Waar veel huishoudens al te maken hebben met stijgende kosten voor energie, boodschappen en wonen, komt daar nu een nieuwe financiële tegenvaller bij: de gemeentebelastingen gaan in 2026 gemiddeld met 6,5 procent omhoog. In totaal verwachten gemeenten samen maar liefst 15,3 miljard euro aan heffingen binnen te halen. Dat is geld dat direct uit de portemonnee van inwoners en ondernemers komt.

Voor veel mensen voelt het alsof er geen ontkomen meer aan is. Of je nu huiseigenaar bent, huurder, automobilist of gewoon iemand die zijn afval netjes aanbiedt: vrijwel iedereen krijgt met meerdere gemeentelijke heffingen te maken. En hoewel de stijging iets lager ligt dan in de afgelopen jaren, blijft het totaalbedrag fors. De optelsom van al die kleinere posten kan per huishouden honderden euro’s verschil maken op jaarbasis.
Gemeenten steeds afhankelijker van heffingen
Gemeenten halen hun inkomsten uit verschillende bronnen, maar lokale heffingen vormen een steeds belangrijker deel van de begroting. Uit recente berekeningen blijkt dat vooral vier belastingen het grootste gewicht dragen: de onroerendezaakbelasting (ozb), afvalstoffenheffing, rioolheffing en parkeergelden. Samen zijn deze goed voor bijna 85 procent van alle gemeentelijke belastinginkomsten.
Van de verwachte 15,3 miljard euro komt ruim 13 miljard uit deze vier posten. Dat laat zien hoe sterk gemeenten leunen op directe bijdragen van inwoners. De bedragen zijn gebaseerd op gemeentelijke begrotingen, waardoor ze een goed beeld geven van wat mensen dit jaar daadwerkelijk gaan merken.
OZB blijft de grote motor
De onroerendezaakbelasting is en blijft de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten. In 2026 verwachten ze hieruit 6,3 miljard euro te halen. Dat is ruim 6 procent meer dan vorig jaar. De hoogte van de ozb hangt samen met de WOZ-waarde van woningen en bedrijfspanden. En juist die waarden zijn de afgelopen jaren in veel regio’s flink gestegen.
Voor huiseigenaren betekent dat dubbel effect: een hogere woningwaarde én een hoger belastingtarief kunnen samen de aanslag flink opstuwen. Voor woningen stijgt de ozb gemiddeld met zo’n 5 procent, terwijl de belasting op bedrijfspanden en andere niet-woningen nog sterker toeneemt, met bijna 8 procent.
De verschillen per stad zijn groot. In Utrecht is de stijging bijvoorbeeld bijna 10 procent, terwijl Den Haag met iets meer dan 2 procent relatief beperkt blijft. Amsterdam en Rotterdam zitten daar tussenin. Dat onderstreept dat je woonplaats steeds bepalender wordt voor je lokale lasten.
Parkeren wordt duurder én breder
Ook automobilisten voelen de druk toenemen. De inkomsten uit parkeergelden stijgen landelijk met bijna 9 procent, goed voor meer dan 1,6 miljard euro. Vooral in grotere steden wordt betaald parkeren uitgebreid naar nieuwe wijken, terwijl bestaande tarieven worden verhoogd.
Voor bewoners van steden als Amsterdam en Rotterdam betekent dat niet alleen hogere uurtarieven, maar ook minder plekken waar nog gratis kan worden geparkeerd. Bezoek ontvangen met de auto wordt daarmee eveneens duurder, omdat bezoekers vaak aangewezen zijn op betaald parkeren of vergunningensystemen.

Leges schieten omhoog
Een opvallende stijger zijn de zogeheten secretarieleges: kosten voor officiële documenten zoals paspoorten, identiteitskaarten en rijbewijzen. Deze posten nemen met ruim 15 procent toe. In totaal gaat het om meer dan 400 miljoen euro.
Hoewel dit geen kosten zijn die je maandelijks betaalt, komen ze vaak op momenten dat je weinig keuze hebt. Een verlopen paspoort of rijbewijs moet nu eenmaal worden vernieuwd. Juist daardoor voelen deze verhogingen als onvermijdelijk en soms extra pijnlijk.
Afval en riool: vaste lasten blijven stijgen
De afvalstoffenheffing en rioolheffing blijven eveneens oplopen. Gemiddeld stijgt de afvalheffing met ruim 5 procent en de rioolheffing met iets meer dan 5 procent. Samen leveren deze posten gemeenten ongeveer 2,8 miljard euro op.
Gemeenten wijzen vaak op hogere verwerkingskosten, investeringen in riolering en strengere milieueisen als verklaring. Voor inwoners zijn het echter vaste lasten waar nauwelijks op te besparen valt. Je kunt minder afval produceren, maar helemaal ontkomen aan deze heffingen is onmogelijk.
Toeristenbelasting groeit stevig
Ook bezoekers van gemeenten dragen meer bij. De toeristenbelasting stijgt landelijk met ongeveer 9 procent. Gemeenten verwachten hier samen zo’n 654 miljoen euro uit te halen. Amsterdam neemt daarin een enorm aandeel voor zijn rekening, met ruim 40 procent van het totaal.
De groei komt niet alleen door hogere tarieven per overnachting. Steeds meer gemeenten voeren deze belasting in of breiden hem uit. Sommige plaatsen heffen nu ook toeristenbelasting op het verblijf van arbeidsmigranten en andere niet-ingeschreven personen. Daarmee wordt de kring van betalenden groter.
Wat betekent dit voor huishoudens?
Voor individuele huishoudens stapelen de verhogingen zich op. Een huiseigenaar betaalt meer ozb, hogere afval- en rioolheffingen, mogelijk duurdere parkeervergunningen en meer voor officiële documenten. Huurders voelen het indirect via servicekosten of gemeentelijke heffingen die wel aan bewoners worden doorberekend.
Hoewel elke afzonderlijke stijging misschien beperkt lijkt, kan het totaalbedrag per jaar flink oplopen. Zeker voor huishoudens met een krap budget kan dit net het verschil maken tussen rondkomen en moeten bezuinigen op andere uitgaven.

Toenemende verschillen tussen gemeenten
Wat steeds duidelijker wordt, is dat de verschillen tussen gemeenten groter worden. Waar de ene stad relatief gematigd verhoogt, kiest een andere voor stevige sprongen. Dat maakt lokale lasten een factor om mee te nemen bij verhuisplannen of bedrijfskeuzes.
Tegelijkertijd hebben gemeenten te maken met stijgende kosten en taken vanuit het Rijk, waardoor ze zoeken naar manieren om hun begroting sluitend te krijgen. Lokale belastingen zijn daarbij een van de weinige knoppen waaraan ze zelf kunnen draaien.
Meer dan alleen cijfers
Achter de miljardenbedragen schuilt een bredere discussie over betaalbaarheid en verdeling. Gemeentebelastingen zijn zichtbaar, direct en vaak moeilijk te ontwijken. Dat maakt ze politiek gevoelig én maatschappelijk merkbaar.
Voor inwoners betekent 2026 in elk geval opnieuw wennen aan hogere lokale lasten. Niet met één grote klap, maar via een reeks kleinere verhogingen die samen een duidelijke impact hebben. De gemeente blijft dichtbij – ook als het om je portemonnee gaat.










