De eerste loonstrook van het jaar zorgde bij veel werknemers voor een kleine opluchting. Waar januari normaal gesproken vooral voelt als een dure maand vol rekeningen, zagen veel mensen nu juist een iets hoger bedrag op hun bankrekening verschijnen. Uit berekeningen van salarisverwerker ADP blijkt dat een groot deel van de werkenden er netto op vooruit is gegaan. Toch is dat goede nieuws niet voor iedereen even groot: de verschillen tussen sectoren en inkomensgroepen zijn duidelijk merkbaar.

Al eind vorig jaar waren er signalen dat werkenden in 2026 meer zouden overhouden van hun salaris. Door aanpassingen in belastingen, heffingskortingen en loonafspraken was de verwachting dat vrijwel iedereen er iets bij zou krijgen. In de praktijk blijkt dat nu neer te komen op bedragen tussen grofweg 17 en 65 euro extra per maand. Dat lijkt misschien geen wereldschokkend verschil, maar in tijden waarin boodschappen, energie en vaste lasten hoog blijven, voelt elke tientje extra voor veel huishoudens als broodnodig.
Grote verschillen per sector
Wat vooral opvalt, is dat niet iedere werknemer dezelfde stijging ziet. In sommige sectoren is het verschil duidelijk groter dan in andere. Dat heeft meerdere oorzaken. Cao-afspraken spelen een rol, net als de manier waarop pensioenpremies zijn geregeld. Ook belastingtechnische veranderingen pakken per inkomensgroep anders uit.
Werknemers in de zorg lijken er relatief het meest op vooruit te gaan in de middeninkomens. In sectoren zoals de zakelijke dienstverlening blijft de stijging juist wat achter. Het gaat niet om honderden euro’s verschil, maar op maandbasis kan het toch een merkbare kloof opleveren tussen werknemers die ogenschijnlijk een vergelijkbaar bruto salaris hebben.
Bij hogere inkomens – bijvoorbeeld rond twee keer modaal – worden de verschillen tussen sectoren kleiner. Daar ligt de netto stijging in de meeste branches tussen de 32 en 37 euro per maand. Uitzonderingen zijn er ook: in de bouw en transportsector valt de toename aan de bovenkant juist lager uit. Dat laat zien dat loonontwikkeling niet alleen draait om hoeveel je verdient, maar ook om de regelingen die achter de schermen meespelen.
Minimumloon springt eruit
De grootste sprong vooruit is er voor mensen die het minimumloon verdienen. Het wettelijk minimumuurloon is per 1 januari verhoogd van 14,40 naar 14,71 euro. Dat lijkt op het eerste gezicht een kleine verhoging, maar op maandbasis telt dat stevig op. Zeker bij een volledige werkweek van 36 uur kan het verschil oplopen tot tientallen euro’s bruto.
Daar bovenop komt nog een andere belangrijke factor: de arbeidskorting. Deze belastingkorting voor werkenden is verhoogd voor lagere inkomens. Daardoor houden mensen die rond of onder het minimumloon verdienen netto nóg meer over. Alles bij elkaar kan hun maandelijkse vooruitgang oplopen tot zo’n 46 tot 65 euro.
Voor deze groep maakt dat relatief het grootste verschil. Wie weinig ruimte heeft in het budget, merkt een extra vijftig euro per maand direct. Het kan net het verschil zijn tussen wel of niet rood staan aan het einde van de maand, of iets minder stress bij onverwachte kosten.

Wat is arbeidskorting precies?
De arbeidskorting is een heffingskorting: een korting op de inkomstenbelasting en premies voor volksverzekeringen. Hoe meer je werkt en verdient (tot een bepaalde grens), hoe hoger deze korting oploopt. Voor lagere inkomens is de verhoging van de arbeidskorting dit jaar dus extra gunstig.
Het mooie voor werknemers is dat deze korting automatisch wordt verrekend via de loonheffing. Je hoeft er zelf niets voor aan te vragen. Het is een van de instrumenten waarmee de overheid werken financieel aantrekkelijker probeert te maken, zeker aan de onderkant van de arbeidsmarkt.
Modaal inkomen: bescheiden plus
Ook werknemers met een modaal inkomen – ongeveer 3.700 euro bruto per maand – gaan er iets op vooruit, maar minder spectaculair dan minimumloners. Afhankelijk van de sector gaat het om bedragen rond de 17 tot 31 euro extra per vier weken.
In de bouw is de stijging voor deze groep relatief het hoogst, terwijl werknemers in de zorg, overheid, transport en industrie iets minder extra zien. In de zakelijke dienstverlening blijft het verschil eveneens beperkt. Dit laat zien dat het beeld van “iedereen gaat erop vooruit” klopt, maar dat de mate waarin sterk uiteenloopt.
Voor veel middeninkomens voelt dit als een gemengd verhaal. Aan de ene kant is elk extra bedrag welkom, aan de andere kant worden stijgende vaste lasten vaak als sneller en groter ervaren dan deze loonstijging. Daardoor kan het gevoel ontstaan dat men er in de praktijk weinig van merkt, ondanks de positieve cijfers op papier.
Waarom die verschillen?
De oorzaken van de verschillen zitten in een combinatie van factoren. Belastingschijven, heffingskortingen, pensioenpremies en cao-verhogingen grijpen allemaal in elkaar. In sommige sectoren is bijvoorbeeld de pensioenpremie verhoogd, waardoor een bruto loonsverhoging deels “verdwijnt” richting pensioenopbouw. Netto blijft er dan minder over op de rekening.
Daarnaast spelen eerdere loonafspraken mee. Sectoren die al forse loonsverhogingen hebben gehad, zien nu soms minder belastingvoordeel terug in de portemonnee. Andere sectoren, waar lonen relatief lager liggen, profiteren juist meer van de belastingmaatregelen.

Lichtpuntje, maar geen wondermiddel
Alles bij elkaar is het hogere nettoloon voor veel werknemers een lichtpuntje in een periode waarin de kosten van levensonderhoud nog steeds zwaar wegen. Vooral voor mensen met lage inkomens is de vooruitgang merkbaar en betekenisvol. Het laat zien dat gerichte maatregelen via minimumloon en belastingkortingen daadwerkelijk verschil kunnen maken.
Tegelijkertijd is het geen wondermiddel. Voor midden- en hogere inkomens blijft de stijging beperkt tot enkele tientjes per maand. Dat helpt, maar lost structurele zorgen over hoge woonlasten, energieprijzen en dagelijkse boodschappen niet volledig op.
De conclusie is dan ook dubbel. Ja, veel werknemers beginnen het jaar met iets meer financiële ruimte. Maar hoe groot dat voordeel voelt, hangt sterk af van waar je werkt, hoeveel je verdient en welke kosten je tegenover dat extra bedrag hebt staan. Voor sommigen is het een echte opluchting, voor anderen vooral een klein steuntje in de rug.









