De AOW-leeftijd gaat in de toekomst sneller stijgen dan veel mensen nu verwachten. Dat is het plan van D66, VVD en CDA, die de koppeling tussen hoe oud we gemiddeld worden en wanneer we met pensioen mogen, willen aanscherpen. Het klinkt technisch, maar de gevolgen zijn heel concreet: vooral voor mensen die nu nog ruim onder de zestig zijn, schuift de pensioendatum verder naar achteren.

Voor veel Nederlanders voelt pensioen als een vast punt aan de horizon: een leeftijd waar je naartoe leeft, waar je plannen omheen maakt en waarop je rekent. Juist daarom zorgt dit voorstel voor onrust én vragen. Want wat betekent het als die grens niet alleen opschuift, maar ook sneller meebeweegt met de levensverwachting? En hoe groot is de kans dat twintigers en dertigers straks pas rond hun 72e AOW krijgen?
Van acht maanden naar een heel jaar
Op dit moment is de AOW-leeftijd al gekoppeld aan de levensverwachting, maar die koppeling is afgezwakt. Als de levensverwachting met één jaar stijgt, gaat de AOW-leeftijd nu met acht maanden omhoog. Dat was een politieke keuze om de stijging iets te temperen en mensen meer lucht te geven.
In de nieuwe plannen willen D66, VVD en CDA dat loslaten. Vanaf 2033 moet er een zogenoemde één-op-één-koppeling komen. Dat betekent: stijgt de levensverwachting met één jaar, dan gaat ook de AOW-leeftijd met één volledig jaar omhoog. Geen rem meer, maar een directe doorvertaling.
Dat lijkt een klein verschil, maar op de lange termijn tikt het stevig aan. Zeker omdat de levensverwachting in Nederland – ondanks tijdelijke dips zoals tijdens corona – historisch gezien een stijgende lijn laat zien.
Vooral gevolgen voor jongeren
De veranderingen raken vooral mensen die nu jonger zijn dan zestig. Oudere generaties hebben hun AOW-leeftijd al grotendeels “in zicht” en vallen minder onder toekomstige aanpassingen. Jongere generaties daarentegen krijgen te maken met meerdere rondes van stijging.
Voor twintigers van nu wijzen berekeningen erop dat de AOW-leeftijd kan oplopen richting de 72 jaar. Dat is geen harde belofte of vaststaand getal, maar een inschatting op basis van de huidige verwachtingen over hoe oud we gemiddeld worden. Als medische vooruitgang doorgaat en mensen nog langer leven, kan het zelfs nog verder oplopen. Valt de levensverwachting tegen, dan kan het juist minder hard stijgen.

Waarom wil de politiek dit?
De belangrijkste reden is geld. De AOW is een van de grootste uitgavenposten van de overheid. Hoe langer mensen leven én AOW ontvangen, hoe duurder het systeem wordt. Door de AOW-leeftijd sneller te laten stijgen, blijven mensen gemiddeld langer werken en korter AOW ontvangen.
Volgens berekeningen uit eerdere doorrekeningen van soortgelijke plannen kan dit de overheid structureel miljarden euro’s per jaar schelen. Er wordt gesproken over bedragen van rond de 2,5 tot 3 miljard euro per jaar op termijn. Dat geld kan gebruikt worden om andere uitgaven te dekken of om de overheidsfinanciën op orde te houden.
Levensverwachting als motor
De kern van het plan is de levensverwachting. Die wordt vastgesteld op basis van cijfers van onder andere het CBS. Momenteel wordt iemand die 65 is gemiddeld rond de 85 jaar. In de toekomst kan dat verder oplopen. Prognoses laten zien dat 65-jarigen in de tweede helft van deze eeuw mogelijk gemiddeld ouder dan 90 worden.
Toch is dit geen rechte lijn omhoog. Corona liet zien dat de levensverwachting ook tijdelijk kan dalen. Ook nieuwe ziektes, leefstijlveranderingen of juist medische doorbraken kunnen grote invloed hebben. Denk aan nieuwe behandelingen tegen kanker of hart- en vaatziekten: die kunnen ervoor zorgen dat mensen veel langer gezond blijven.
Het systeem wordt dus gevoeliger voor dit soort ontwikkelingen. Gaat de levensverwachting sneller omhoog dan gedacht, dan stijgt ook de AOW-leeftijd sneller.
Wat betekent dit voor jouw planning?
Voor veel mensen betekent dit dat ze hun beeld van “wanneer stop ik met werken?” moeten bijstellen. Waar vroeger 65 de norm was en later 67, wordt het steeds minder vanzelfsprekend dat je voor je zeventigste klaar bent met werken.
Dat heeft gevolgen voor hoe je naar je loopbaan kijkt. Langer doorwerken vraagt om:
- aandacht voor gezondheid
- blijven ontwikkelen en bijleren
- werk dat fysiek en mentaal vol te houden is
Voor mensen met zware beroepen kan dit extra knellen. Niet iedereen haalt even makkelijk de eindstreep in goede gezondheid. Dat is ook een punt van discussie: critici vinden dat een hogere AOW-leeftijd ongelijk uitpakt voor mensen met fysiek zwaar werk of een lagere levensverwachting.
Verschil tussen AOW en pensioen
Belangrijk om te weten: de AOW-leeftijd is niet automatisch hetzelfde als de leeftijd waarop je aanvullend pensioen ingaat. Veel pensioenregelingen volgen de AOW-leeftijd, maar er zijn soms mogelijkheden om eerder of later te stoppen, met financiële gevolgen.
Wie eerder wil stoppen, moet vaak zelf geld opzijzetten of genoegen nemen met een lagere uitkering. Wie langer doorwerkt, kan juist een hoger pensioen opbouwen. De verschuivende AOW-leeftijd maakt het dus nog belangrijker om tijdig naar je totale pensioenplaatje te kijken.
Onzekerheid blijft
Hoewel de plannen duidelijk zijn in richting, is de exacte uitkomst voor elke generatie onzeker. De berekeningen zijn gebaseerd op huidige verwachtingen. Maar de toekomst laat zich niet precies voorspellen.
Een grote medische doorbraak kan de levensverwachting flink verhogen. Aan de andere kant kunnen nieuwe gezondheidsproblemen of maatschappelijke veranderingen de groei afremmen. De AOW-leeftijd wordt daardoor een bewegend doel.

Wat kun je nu al doen?
Ook al zijn veel details nog afhankelijk van toekomstige cijfers, één ding is duidelijk: de kans dat je later met AOW gaat dan eerdere generaties is groot. Daarom is het verstandig om:
- inzicht te krijgen in je verwachte AOW-leeftijd
- te kijken hoeveel aanvullend pensioen je opbouwt
- na te denken over eigen spaargeld voor later
- te investeren in je inzetbaarheid en gezondheid
De AOW blijft een belangrijke basis, maar wordt steeds meer één onderdeel van een groter financieel plaatje.
De versnelde stijging van de AOW-leeftijd is geen kleine technische aanpassing, maar een verandering die het leven van miljoenen Nederlanders raakt. Vooral jongere generaties zullen langer moeten doorwerken voordat de AOW ingaat, mogelijk tot rond hun 72e.
Het idee erachter is simpel: als we langer leven, werken we ook langer. Maar in de praktijk roept dat vragen op over gezondheid, eerlijkheid tussen beroepen en financiële zekerheid. Eén ding staat vast: wie vooruitkijkt en zich tijdig voorbereidt, staat straks een stuk sterker — ongeacht hoe hoog de AOW-leeftijd uiteindelijk uitvalt.









