Het leven wordt merkbaar duurder. Dat voel je aan de kassa in de supermarkt, bij het afrekenen aan de pomp en steeds vaker ook wanneer je een terrasje pakt. Maar ook wie dagelijks met het openbaar vervoer reist, kan zich opmaken voor een nieuwe financiële tegenvaller. Vanaf 2026 gaan de prijzen van treinkaartjes opnieuw omhoog en dat raakt miljoenen reizigers direct in hun portemonnee.

Wie regelmatig de trein pakt, zal het verschil vrijwel meteen merken. Gemiddeld stijgen de tarieven met zo’n 6,5 procent. Daarmee wordt treinreizen opnieuw een stukje minder betaalbaar, zowel voor incidentele reizigers als voor mensen die dagelijks afhankelijk zijn van het spoor. En hoewel eerder zelfs een stijging richting de 9 procent werd genoemd, is dat scenario na overleg met vakbonden iets afgezwakt. Goed nieuws, zou je denken — maar echt geruststellend is het niet.
Treinreizen opnieuw duurder
De prijsverhoging geldt breed: losse kaartjes, abonnementen en aanvullende diensten gaan vrijwel allemaal omhoog. Daarmee wordt reizen per trein opnieuw duurder dan het jaar ervoor. Volgens de NS is dat onvermijdelijk. De kosten voor personeel, onderhoud, energie en infrastructuur zijn de afgelopen jaren fors gestegen, terwijl eerdere prijsverhogingen juist zijn uitgesteld om reizigers te ontzien.
Dat uitstel wordt nu ingehaald. Tegelijkertijd ontvangt de NS minder compensatie van de overheid om prijsstijgingen te dempen. Het gevolg: een groter deel van de rekening komt terecht bij de reiziger zelf. Voor veel mensen voelt dat wrang, zeker omdat treinreizen al langer als duur wordt ervaren.
Onderzoek en signalen uit de praktijk laten zien dat steeds meer mensen het openbaar vervoer links laten liggen vanwege de kosten. Vooral forenzen en mensen met lagere inkomens haken af of zoeken alternatieven, zoals de auto of thuiswerken.
Abonnementen worden duurder én verdwijnen
Niet alleen losse kaartjes worden aangepast, ook abonnementen gaan omhoog in prijs. Wie dagelijks of meerdere keren per week reist, betaalt straks elke maand meer. Daarmee wordt juist de groep geraakt die het openbaar vervoer structureel gebruikt.
Daarnaast verdwijnen twee populaire kortingsabonnementen: Weekend Voordeel en Altijd Voordeel. Vanaf 1 februari zijn deze niet meer af te sluiten. Mensen die ze al hebben, mogen ze nog tot 1 juli blijven gebruiken, maar daarna verdwijnen ze definitief. Daarmee verdwijnt voor veel reizigers een laagdrempelige manier om goedkoper te reizen.
Ook andere diensten worden duurder. Denk aan het huren van een OV-fiets of de kosten die worden gerekend wanneer iemand vergeet uit te checken. Dat laatste kan in 2026 flink in de papieren lopen.

Spoordeel minder aantrekkelijk dan gedacht
Voor veel mensen was Spoordeel jarenlang een geliefde manier om voordelig een dagje weg te plannen. Een treinreis gecombineerd met een uitje — zoals een museum, attractiepark of stadsbezoek — tegen een aantrekkelijke prijs. Dat concept bestaat nog steeds, maar is ongemerkt veranderd.
Waar vroeger vrijwel iedereen hetzelfde betaalde, wordt nu gekeken naar de reisafstand. Hoe verder je moet reizen, hoe hoger de prijs van het Spoordeel-arrangement uitvalt. Dat staat wel vermeld, maar vaak alleen in de kleine lettertjes. Hierdoor komen veel reizigers pas bij het afrekenen tot de ontdekking dat het voordeel tegenvalt.
Wie bijvoorbeeld vanuit het noorden of zuiden van het land reist, is vaak beduidend duurder uit dan iemand die dichter bij de bestemming woont. Het gevolg: de naam ‘Spoordeel’ dekt voor veel reizigers de lading steeds minder.
Eerste klas en weekendtarieven aangepast
Ook de prijsverhoudingen binnen de trein veranderen. Reizen in de eerste klas wordt doordeweeks relatief duurder, terwijl het verschil tussen eerste en tweede klas in het weekend juist iets kleiner wordt. De NS hoopt zo beter gebruik te maken van lege stoelen op rustige momenten.
In het weekend is de bezettingsgraad doorgaans lager, terwijl het in de spits juist overvol kan zijn. Door prijzen slimmer te verdelen, wil de vervoerder reizigers meer spreiden. Of dat in de praktijk ook zo uitpakt, moet nog blijken.
Wat betekenen de nieuwe prijzen concreet?
Om een idee te geven: een treinkaartje dat nu 10 euro kost, gaat in 2026 gemiddeld richting de 10,65 euro. Dat lijkt op het eerste gezicht geen enorme stijging, maar wie meerdere keren per week reist, merkt het verschil al snel.
Voor forenzen kan het bedrag per maand flink oplopen. Stel dat je dagelijks met de trein reist, dan kan een verhoging van enkele procenten al snel tientallen euro’s per maand schelen. Op jaarbasis loopt dat op tot honderden euro’s extra.
Neem als voorbeeld een enkele reis van Zwolle naar Maastricht. Die kost straks ongeveer 33,30 euro, waar dat eerder 31,27 euro was. Voor een retour betaal je dus ruim 66 euro. Voor mensen die regelmatig lange afstanden afleggen, is dat een forse stijging.

Vergeten uit te checken? Dat wordt duur
Ook onoplettendheid wordt in 2026 duurder. Wie vergeet uit te checken, betaalt automatisch het maximale tarief. Dat bedrag stijgt mee en komt uit op 33,30 euro per rit. Gelukkig is het mogelijk om dit geld later terug te vragen, maar dat kan slechts een beperkt aantal keren per jaar.
Voor reizigers die vaak overstappen of haast hebben, blijft dit een risico. Een kleine fout kan zo ineens tientallen euro’s kosten.
Kritiek zwelt aan
De aangekondigde prijsverhogingen leiden tot veel kritiek. Reizigersorganisaties, politieke partijen en belangenverenigingen maken zich zorgen over de betaalbaarheid van het openbaar vervoer. Volgens hen staat de verhoging haaks op het streven om mensen uit de auto te krijgen.
Daarnaast klinkt al langer kritiek op de kwaliteit. Reizigers klagen over volle treinen, uitval, vertragingen en gebrekkige voorzieningen. Vieze of ontbrekende toiletten worden vaak genoemd als voorbeeld. Dat maakt het lastig te begrijpen waarom de prijzen juist blijven stijgen.
Ook vanuit klimaatperspectief is er kritiek. De trein wordt gezien als een belangrijk middel om CO₂-uitstoot te verminderen. Als reizen per spoor steeds duurder wordt, kiezen mensen eerder voor de auto, wat juist averechts werkt.
Wat kun je zelf doen?
Hoewel de prijsstijging onvermijdelijk lijkt, zijn er manieren om de schade te beperken. Flexibel reizen kan lonen: buiten de spits zijn tarieven vaak gunstiger en zijn er kortingsmogelijkheden. Het loont ook om regelmatig te checken of een ander abonnement beter past bij je reisgedrag.
Daarnaast kan het slim zijn om acties en tijdelijke aanbiedingen in de gaten te houden. Soms zijn er kortlopende kortingen die, mits goed gebruikt, toch voordeel opleveren. En wie zonnepanelen heeft of thuiswerkt, kan overwegen zijn reisdagen te beperken.
De realiteit blijft echter dat treinreizen in 2026 opnieuw duurder wordt. Voor veel mensen betekent dat puzzelen met het maandbudget. De vraag die steeds luider klinkt: hoe lang blijft het openbaar vervoer nog betaalbaar voor de gemiddelde Nederlander?









