De energierekening blijft voor miljoenen huishoudens een bron van onrust. Waar velen hoopten dat na jaren van stijgende prijzen eindelijk wat lucht zou ontstaan, lijkt die verwachting opnieuw de kop ingedrukt te worden. Achter de schermen stapelen maatregelen, belastingen en vaste lasten zich op, met één duidelijke uitkomst: ook volgend jaar blijft wonen duur, en voor veel mensen zelfs duurder dan nu. Vooral één energievorm blijft hardnekkig op de voorgrond staan als grootste kostenpost.

Wie denkt dat de pijn van de energiecrisis inmiddels achter ons ligt, komt bedrogen uit. Ondanks dalende marktprijzen en optimistische geluiden over stabilisatie, wijzen nieuwe cijfers en beleidskeuzes in een andere richting. Huishoudens krijgen te maken met een sluipende optelsom van verhogingen die samen een forse impact hebben op de portemonnee. En zelfs maatregelen die op papier gunstig lijken, blijken in de praktijk nauwelijks verlichting te bieden.
Gas blijft de grote boosdoener
Hoewel de aandacht de afgelopen jaren vaak uitging naar stroomprijzen en zonnepanelen, blijft gas ook in 2026 de zwaarste last op de energierekening. Dat komt niet alleen door het verbruik zelf, maar vooral door de manier waarop de overheid gas blijft belasten. Volgend jaar stijgt de energiebelasting op gas opnieuw, met 2,7 cent per kubieke meter (inclusief btw). Dat lijkt misschien een klein bedrag, maar op jaarbasis loopt dit al snel op.
Bij een gemiddeld huishouden betekent die verhoging ongeveer 27,50 euro extra per jaar. En dat bedrag geldt ongeacht het type energiecontract: variabel, vast of dynamisch. Iedereen betaalt mee. Volgens energie-experts is dit opnieuw een signaal dat gas structureel ontmoedigd blijft worden, ook al zijn veel huishoudens voorlopig nog volledig afhankelijk van deze energiebron.
“Gas tikt simpelweg het hardst aan,” zegt energie-expert Maartje van Loon van UnitedConsumers. “Elke kuub die je minder verbruikt, merk je vrijwel direct op je rekening. Maar niet iedereen kan zomaar minder gas gebruiken. Zeker mensen in oudere woningen hebben weinig speelruimte.”
De stille stijging die bijna niemand ziet aankomen
Wat het extra wrang maakt, is dat de verhoging van de gasbelasting niet op zichzelf staat. Het is slechts één onderdeel van een bredere reeks kostenstijgingen die in 2026 samenkomen. Veel van die kosten zijn minder zichtbaar, maar werken wel elke maand door in het totaalbedrag.
Zo dalen weliswaar bepaalde tarieven op papier, maar worden die voordelen vrijwel volledig opgeslokt door andere posten. Het resultaat: consumenten hebben het gevoel dat ze nauwelijks vooruitgaan, terwijl ze toch steeds meer betalen.
Volgens deskundigen is dat precies wat het zo lastig maakt om grip te houden op de energierekening. “Het wordt steeds complexer,” legt Van Loon uit. “Je ziet een klein voordeel hier, een verhoging daar, en uiteindelijk blijft er onderaan de streep weinig positiefs over.”

Stroom iets goedkoper, maar voordeel verdampt snel
Op papier lijkt er voor elektriciteit wél goed nieuws te zijn. De energiebelasting op stroom daalt in 2026 van 12 naar 11 cent per kilowattuur. Voor een gemiddeld huishouden betekent dat een voordeel van zo’n 29 euro per jaar.
Maar wie denkt daarmee echt winst te boeken, komt bedrogen uit. Want die verlaging wordt vrijwel volledig tenietgedaan door andere stijgende kosten. Vooral de vaste lasten zorgen ervoor dat het voordeel nauwelijks voelbaar is.
“Veel mensen denken: mooi, stroom wordt goedkoper,” zegt Van Loon. “Maar tegelijkertijd gaan andere vaste onderdelen van de energierekening omhoog. Daardoor zie je dat dit voordeel in de praktijk verdwijnt.”
Belastingkorting omlaag, netbeheerkosten omhoog
Een belangrijke tegenvaller zit in de zogenoemde belastingvermindering op energie. Dit vaste bedrag dat ieder huishouden jaarlijks ontvangt, wordt in 2026 opnieuw verlaagd. Het gaat om een daling van ruim 6 euro per jaar. Op zichzelf geen enorm bedrag, maar in combinatie met andere verhogingen telt het stevig mee.
Daar bovenop komen de stijgende netbeheerkosten. Netbeheerders verhogen hun tarieven gemiddeld met zo’n 30 euro per jaar. Deze kosten zijn nodig om het elektriciteits- en gasnet te versterken en toekomstbestendig te maken. De energietransitie vraagt immers om zwaardere kabels, meer capaciteit en voortdurende investeringen.
“Die kosten zie je elke maand terug op je rekening,” legt Van Loon uit. “Je kunt ze niet ontwijken en ze gelden voor iedereen, ongeacht hoeveel energie je verbruikt. Daardoor drukken ze extra zwaar op huishoudens met een lager inkomen.”
Zonnepanelen blijven geen gouden oplossing
Ook huishoudens met zonnepanelen krijgen in 2026 geen rust. De terugleverkosten, die de afgelopen jaren zijn ingevoerd door energieleveranciers, blijven bestaan en kunnen zelfs oplopen. Voor gezinnen die veel stroom terugleveren, kunnen deze kosten tientallen euro’s per maand bedragen.
Daar komt bij dat de salderingsregeling definitief stopt per 1 januari 2027. Wie nu nog een analoge meter heeft, moet overstappen op een digitale of slimme meter. Hierdoor wordt de teruggeleverde stroom nauwkeuriger geregistreerd, wat in de praktijk vaak nadelig uitpakt.
“Zelf opgewekte stroom wordt steeds minder waard zodra je die terug het net op stuurt,” zegt Van Loon. “Het loont juist om die stroom direct zelf te gebruiken.”
Dat betekent bijvoorbeeld overdag de wasmachine, vaatwasser of warmtepomp laten draaien. Maar niet iedereen heeft die flexibiliteit, waardoor een groeiende groep huishoudens merkt dat zonnepanelen lang niet altijd meer het financiële wondermiddel zijn dat ze ooit waren.

2026: opnieuw een duur jaar in aantocht
Alles bij elkaar opgeteld ontstaat een somber beeld. Hogere gasbelasting, stijgende netwerkkosten, een lagere belastingkorting en blijvende terugleverkosten zorgen ervoor dat veel huishoudens ook in 2026 meer kwijt zijn aan energie. Zelfs als de kale energieprijzen stabiel blijven, loopt de rekening ongemerkt op.
Vooral gas blijft de grootste boosdoener. Zolang woningen niet massaal zijn verduurzaamd en alternatieven nog niet voor iedereen haalbaar zijn, blijft deze kostenpost zwaar drukken op de maandlasten.
“De energierekening wordt steeds meer opgebouwd uit vaste onderdelen waar je weinig invloed op hebt,” zegt Van Loon. “Juist daarom is besparen belangrijker dan ooit. Elke kuub gas die je niet verbruikt, helpt.”
Besparen wordt noodzaak in plaats van keuze
Volgens experts wordt energiebesparing in 2026 geen luxe meer, maar noodzaak. Kleine aanpassingen kunnen al verschil maken: korter douchen, de thermostaat een graad lager, beter isoleren waar mogelijk en slimmer omgaan met stroomverbruik.
Toch benadrukken zij dat niet iedereen dezelfde mogelijkheden heeft. Mensen in slecht geïsoleerde huurwoningen of met beperkte financiële ruimte lopen extra risico om klem te komen zitten tussen stijgende lasten en beperkte alternatieven.
Daarmee dreigt de energierekening opnieuw een bron van ongelijkheid te worden. Waar de één kan investeren in verduurzaming, zonnepanelen of warmtepompen, blijft de ander afhankelijk van gas en vaste tarieven die jaar na jaar stijgen.
Weinig reden tot optimisme
Hoewel sommige cijfers op papier positief ogen, schetsen experts een duidelijk beeld: 2026 wordt geen goedkoop energiejaar. Gas blijft de grootste kostenpost, vaste lasten stijgen verder en voordelen worden grotendeels geneutraliseerd. Voor veel huishoudens betekent dat opnieuw rekenen, schuiven en besparen.
De hoop dat de energierekening eindelijk structureel zou dalen, lijkt daarmee opnieuw uitgesteld. En zolang beleid, belastingen en netwerkkosten deze richting blijven volgen, is de kans groot dat ook de jaren daarna financieel uitdagend blijven voor miljoenen Nederlanders.









