Lang voordat we urenlang aan schermen gekluisterd zaten, waren de straten, pleinen en achtertuinen onze speelparadijzen. Met een groep vrienden of broers en zussen ontdekten we elke dag nieuwe manieren om plezier te maken. Alles wat je nodig had, was een beetje creativiteit, een bal, een stoepkrijtje of gewoon je eigen energie. Spelen was sociaal, fysiek en soms behoorlijk competitief. Elk spel had zijn eigen regels, die soms per buurt of school verschilden, en discussies over wie nu eerlijk won waren eerder regel dan uitzondering.

De onderstaande spellen zijn klassiekers die bijna iedereen kent. Van simpele spelletjes tot uitdagingen die echte behendigheid vroegen—ze hebben iets magisch in zich dat generaties kinderen bindt. Ze brachten lachen, fanatisme en soms een blauwe plek mee, maar bovenal herinneringen die je voor altijd bijblijven. Hier zijn vijftien oude favorieten die je waarschijnlijk meteen herkent.
1. Tikkertje
Het ultieme achtervolgingsspel. Eén speler is de ‘jager’ en probeert de rest aan te tikken. Word je geraakt, dan ben jij de volgende jager. Variaties zoals bevries-tikkertje of schaduw-tikkertje maakten het extra spannend en hielden de adrenaline hoog. Iedereen werd fanatiek, en soms gingen de eerste minuten van een potje in een oogwenk voorbij zonder dat iemand werd getikt.
2. Verstoppertje
Terwijl één speler luid telde tot een afgesproken getal, dook de rest op zoek naar de perfecte verstopplek. Eenmaal gevonden was het een strijd tegen de klok én tegen je eigen zenuwen. Hoe langer je onzichtbaar bleef, hoe groter de triomf. Soms wist zelfs de jager je niet te vinden en kon je stiekem lachen vanuit je schuilplaats.
3. Knikkeren
Een klassieker die het schoolplein in vuur en vlam zette. Met putjes, cirkels of lijnen speelden we toernooitjes. Sommige knikkers waren zó waardevol dat je bijna niet durfde in te zetten. Knikkeren vroeg precisie, strategie en een beetje geluk, en het was bijna onmogelijk om niet enthousiast te raken bij elk schot dat raak ging.
4. Elastieken
Twee spelers hielden een groot elastiek om hun benen, terwijl een derde speler eroverheen sprong volgens een vast patroon. Enkels, knieën, heupen—elke ronde ging het elastiek hoger. Wie een fout maakte, was af. Het spel vereiste behendigheid en concentratie en kon uren duren voordat iemand echt verloor.
5. Hinkelen
Met stoepkrijt tekenden we vakjes op de tegels en sprongen we op één been van het ene vak naar het andere. Het doel? Een steentje ophalen en terugkeren zonder je evenwicht te verliezen. Het klinkt eenvoudig, maar het spel vereiste flink wat coördinatie en doorzettingsvermogen.

6. Touwtjespringen
Of je nu solo sprong of met twee anderen de uiteinden draaiden, touwtjespringen was een favoriet van velen. Met rijmpjes of liedjes erbij werd het een sociaal ritueel. Hoe langer je het volhield, hoe meer respect je verdiende van je vrienden.
7. Annemaria Koekoek
Een spel van reflexen en oplettendheid. Eén speler stond met de rug naar de rest en riep “Annemaria Koekoek!”. Zodra hij zich omdraaide, moesten alle anderen bevriezen. Wie toch bewoog, moest terug naar het begin. Het was een spel van spanning en snelheid, en vaak eindigde het in een lachbui van jewelste.
8. Zakdoekje leggen
Zittend in een kring liep iemand stiekem met een zakdoek achterlangs. De spanning steeg als je voelde dat iemand dicht achter je stond. En dan plots: sprinten! Het spel draaide om snelheid, tactiek en intuïtie.
9. Stand in de mand
Met een bal probeerden we anderen af te werpen. Wie geraakt werd, stond aan de kant te wachten. Het speelveld leek steeds kleiner naarmate de spelers minder werden, en het fanatisme nam alleen maar toe. Het was een perfecte combinatie van behendigheid, strategie en hilariteit.
10. Bokspringen
Een eenvoudige oefening die urenlang kon duren. Eén speler boog voorover terwijl de rest eroverheen sprong. Elke ronde werd uitdagender: zonder handen, met een draai, of een kleine sprong in de lucht. Wie het niet haalde, was af. Het spel stimuleerde balans, durf en fysieke kracht.
11. Blikgooien
Een stapel blikken en een bal waren alles wat je nodig had. Eerst gooide je de blikken omver en daarna probeerde je ze zo snel mogelijk weer op te stapelen voordat iemand je afgooide. Het was een spel van precisie, snelheid en teamwork, en de voldoening bij een perfecte worp was groot.
12. Tollen
Je wikkelde een touwtje om de tol en gaf ’m een ferme zwiep. Wie de tol het langst liet draaien of het strakst kon sturen, werd de winnaar. Een simpel maar fascinerend spel dat je concentratie en motoriek flink op de proef stelde.
13. Stoepkrijt-spelletjes
Van hinkelbanen tot het zelf verzinnen van regels, de stoep was ons creatieve canvas. Stoepkrijt gaf kinderen de mogelijkheid om de wereld tijdelijk naar hun hand te zetten. Na een regenbui begon alles opnieuw, maar dat maakte het juist leuk en uitdagend.

14. Kaarten ruilen
Verzamelkaarten waren het echte geld van het schoolplein. Ruilen, winnen, verliezen—en soms huilen wanneer je je favoriete kaart kwijtraakte. Het spel was niet alleen competitief, maar leerde ook onderhandelen, strategie en soms omgaan met teleurstelling.
15. De vloer is lava
Dit spel liet fantasie spreken. Plotseling mocht je de grond niet meer aanraken en moest je banken, stoelen of tafels als veilige eilanden gebruiken. Het was een spel van snelheid, creativiteit en improvisatie, waarbij plezier en lachen centraal stonden.
Wat deze spellen allemaal verbond, was dat ze weinig tot geen materiaal nodig hadden, maar wél energie, creativiteit en sociale interactie. Het ging om plezier, competitie en het samen ontdekken van grenzen. Ze stimuleerden beweging, fijne motoriek, strategisch denken en samenwerking. Bovendien waren ze inclusief: vrijwel elk kind kon meedoen, ongeacht leeftijd, kracht of ervaring.
Hoewel schermen en videogames tegenwoordig veel aandacht opeisen, blijft er iets speciaals hangen aan deze oude favorieten. Ze herinneren ons eraan dat plezier en uitdaging vaak gewoon buiten te vinden zijn. Een schoolplein, een tuin of een straat kan net zo spannend zijn als een digitaal avontuur. En eerlijk is eerlijk: een beetje fanatisme hoort erbij.
Bewaar- en spelvariatietips
- Sommige spellen lenen zich perfect voor meerdere kinderen tegelijk; zorg voor genoeg ruimte zodat iedereen veilig kan spelen.
- Variaties op klassieke spellen houden ze fris: probeer bij tikkertje nieuwe rollen, of bedenk nieuwe hinkelpatronen.
- Stoepkrijt-spelletjes kunnen ook binnen op een groot vel papier worden gespeeld als het regent.
- Kaarten of kleine spelmaterialen kunnen in bakjes worden bewaard, zodat er geen verlies is.
- Voor oudere kinderen kunnen extra uitdagingen worden toegevoegd, zoals een tijdslimiet of speciale regels voor extra competitie.
Het plezier van deze spellen zit in hun eenvoud, de creativiteit die ze uitlokken en de sociale interactie die ze stimuleren. Jong of oud, iedereen kan zich erin verliezen en er nieuwe herinneringen mee maken. Dus haal het stof van die oude spelletjes, nodig vrienden of familie uit en geniet van een moment waarin lachen, rennen en fanatisme centraal staan—precies zoals vroeger.










