Het duurt nog even, maar donderdag 21 mei is voor veel AOW’ers een datum om alvast in de agenda te zetten. Op die dag wordt het vakantiegeld uitgekeerd, een extraatje waar ieder jaar weer naar wordt uitgekeken. In 2026 is er bovendien goed nieuws: het vakantiegeld valt voor veel mensen hoger uit dan vorig jaar. Dat komt door aanpassingen in het minimumloon, waar de AOW direct aan gekoppeld is. Maar hoeveel kun je nu precies verwachten als alleenstaande of als stel? En wat blijft er uiteindelijk netto over?

In dit artikel zetten we alles overzichtelijk op een rij. Van de achtergrond van het AOW-vakantiegeld tot de concrete bedragen en de belasting die daar nog vanaf gaat. Zo weet je precies waar je aan toe bent.
Waarom AOW’ers vakantiegeld krijgen
Vakantiegeld is niet alleen iets voor mensen die nog werken. Ook AOW’ers hebben er wettelijk recht op. Het vakantiegeld maakt namelijk onderdeel uit van de AOW-uitkering en is bedoeld als financiële ruimte voor extra uitgaven, zoals een vakantie, een dagje weg of onverwachte kosten.
De AOW wordt uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en is gekoppeld aan het minimumloon. Dat betekent dat wanneer het minimumloon stijgt, de AOW-uitkering én het vakantiegeld meestal meestijgen. In tijden van inflatie is dat een belangrijke correctie, zodat de koopkracht van gepensioneerden niet te ver onder druk komt te staan.
Hoe wordt het AOW-vakantiegeld opgebouwd?
Het vakantiegeld voor AOW’ers wordt niet in één keer “verdiend”, maar maandelijks opgebouwd. Dat gebeurt in de periode van mei tot en met april van het daaropvolgende jaar. In mei volgt dan de uitbetaling van het totale opgebouwde bedrag.
Belangrijk om te weten: je hebt alleen recht op vakantiegeld over de maanden waarin je daadwerkelijk AOW ontving. Wie bijvoorbeeld pas later in het jaar AOW is gaan ontvangen, krijgt dus een lager bedrag aan vakantiegeld uitgekeerd.
Vakantiegeld voor alleenstaande AOW’ers
Voor alleenstaande AOW’ers pakt 2026 gunstig uit. Door de stijging van het minimumloon gaat ook het vakantiegeld omhoog. In vergelijking met het voorgaande jaar ligt het bedrag ongeveer 200 euro hoger.
Wie het hele opbouwjaar (mei 2025 tot en met april 2026) recht had op AOW, kan rekenen op een vakantiegeld van ongeveer 1.233 euro bruto. Dat is een duidelijke verbetering ten opzichte van eerdere jaren en geeft veel alleenstaanden wat extra financiële ademruimte.
Voor mensen met een kleinere AOW-opbouwperiode geldt dat het bedrag naar rato lager uitvalt. De SVB rekent dit automatisch voor je uit.

Vakantiegeld voor AOW-stellen
Voor AOW’ers met een partner ligt het maandelijkse AOW-bedrag lager dan voor alleenstaanden. Dat zie je ook terug in het vakantiegeld. Toch is ook hier sprake van een stijging.
Stellen die het hele jaar AOW hebben ontvangen, kunnen in 2026 rekenen op een vakantiegeld van ongeveer 881 euro bruto. Dat is zo’n 147 euro meer dan een jaar eerder. Hoewel dit bedrag lager ligt dan bij alleenstaanden, is de stijging wel merkbaar.
AOW met toeslag voor jongere partner
Er is nog een aparte groep: AOW’ers die recht hebben (of hadden) op een toeslag voor een jongere partner zonder of met weinig inkomen. Voor hen is de stijging extra groot. Deze groep kan rekenen op een verhoging van ongeveer 287 euro, waardoor het vakantiegeld uitkomt op circa 1.762 euro bruto.
Let op: deze toeslagregeling geldt alleen nog voor mensen die hier al vóór 2015 recht op hadden. Nieuwe instroom is niet meer mogelijk.
Bruto is niet netto: wat houd je echt over?
Hoewel de bruto bedragen er aantrekkelijk uitzien, is het belangrijk om te beseffen dat vakantiegeld belast is. Wat je netto overhoudt, verschilt sterk per persoon.
De hoogte van de belasting hangt onder andere af van:
- Of je naast AOW ook aanvullend pensioen ontvangt
- Of je andere inkomsten hebt
- Hoe de loonheffingskorting wordt toegepast
- Of je in één of meerdere belastingschijven valt
Doordat vakantiegeld in één keer wordt uitgekeerd, kan het lijken alsof er relatief veel belasting wordt ingehouden. Dat komt omdat het bedrag tijdelijk boven op je reguliere inkomen komt.
Waarom de inhouding soms hoger lijkt
Veel AOW’ers schrikken wanneer ze zien hoeveel belasting er van het vakantiegeld wordt ingehouden. Dat gevoel is begrijpelijk, maar vaak wordt dit later bij de belastingaangifte deels rechtgetrokken.
Als er gedurende het jaar te veel belasting is ingehouden, krijg je dat bedrag meestal terug via de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. Het vakantiegeld telt dus mee in het totaalplaatje van je jaarinkomen.
Wat kun je doen om verrassingen te voorkomen?
Wil je beter inzicht krijgen in wat je netto kunt verwachten, dan kun je:
- Een proefberekening maken op de website van de Belastingdienst
- Je jaaropgave van de SVB bekijken
- Eventueel advies vragen bij een belastingadviseur of ouderenbond
De SVB stuurt voorafgaand aan de uitbetaling een specificatie, zodat je precies kunt zien hoe het bedrag is opgebouwd en wat er wordt ingehouden.

Wat betekent dit voor je koopkracht?
De stijging van het AOW-vakantiegeld is positief, maar staat niet los van de bredere economische context. Veel AOW’ers hebben te maken met hogere kosten voor energie, boodschappen en zorg. Het extra vakantiegeld kan helpen om die kosten deels op te vangen, maar zal niet voor iedereen voldoende zijn om de koopkracht volledig te herstellen.
Toch biedt het extra bedrag voor velen net wat meer ruimte: voor een korte vakantie, een paar dagen weg in eigen land of simpelweg wat extra financiële rust.
Samengevat
- AOW-vakantiegeld wordt uitgekeerd op 21 mei
- Het bedrag is in 2026 hoger door de stijging van het minimumloon
- Alleenstaanden ontvangen ongeveer 1.233 euro bruto
- Stellen ontvangen circa 881 euro bruto
- AOW’ers met toeslag voor een jongere partner ontvangen rond de 1.762 euro bruto
- Het netto bedrag verschilt per persoon door belasting en andere inkomsten
Voor veel AOW’ers is het vakantiegeld een welkom extraatje. Door je goed te informeren en vooruit te plannen, haal je er uiteindelijk het meeste uit.









