De plannen van de coalitiepartijen D66, VVD en CDA brengen voor veel Nederlanders toch minder goed nieuws dan eerder werd gedacht. Hoewel er eerder werd gesuggereerd dat de lasten door een lagere zorgpremie grotendeels zouden compenseren, blijkt uit recente berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) dat de inkomstenbelasting stevig omhoog gaat.

Het effect van de plannen is dat gezinnen en werkenden de komende jaren meer gaan betalen, ondanks het lagere bedrag dat ze kwijt zijn aan zorgpremies. Voor veel huishoudens zal dit merkbaar zijn in hun portemonnee, waardoor het optimisme over financiële verlichting deels verdwijnt.
De kern van het probleem ligt in de manier waarop de overheid probeert de begroting in evenwicht te houden. Door andere coalitieplannen op het gebied van zorg en toeslagen ontvangt de overheid minder geld via premies en toeslagen. Zo betalen gezinnen gezamenlijk ongeveer 5,7 miljard euro minder aan zorgpremies, en besparen bedrijven 1,6 miljard euro.
Dit klinkt op het eerste gezicht gunstig voor de burger en de bedrijfswereld, maar het leidt tot een begrotingstekort dat op een andere manier moet worden gedicht. Dat betekent dat de coalitie ervoor kiest om de inkomstenbelasting te verhogen om deze gederfde inkomsten te compenseren. Ook wordt er nog 700 miljoen euro bezuinigd op de zorgtoeslag, wat extra druk zet op gezinnen met een lager inkomen.
Volgens de CPB-analyse zullen de belastingpercentages in de eerste twee schijven flink stijgen. In 2030 gaan de tarieven van de eerste schijf van 35,75 procent naar ongeveer 36,68 procent, en de tweede schijf stijgt van 37,56 procent naar circa 38,49 procent.
Dit betekent dat werknemers in deze inkomenscategorieën structureel meer belasting zullen betalen, ongeacht andere maatregelen. Voor de bovenste schijf verandert het tarief niet, maar voor de meerderheid van de werkende bevolking zijn de stijgingen toch voelbaar.
Door de combinatie van minder compensatie via zorgpremies en hogere belastingtarieven kan het netto besteedbare inkomen voor veel gezinnen dalen, ondanks de belofte van lastenverlichting op papier.

De manier waarop deze stijgingen in de praktijk voelbaar worden, maakt het nog ingrijpender. De zorgpremie wordt maandelijks automatisch van de bankrekening afgeschreven, waardoor het direct zichtbaar is wat je betaalt of bespaart. De inkomstenbelasting daarentegen wordt via de loonstrook ingehouden en is daardoor minder concreet zichtbaar voor de burger.
Toch zorgt de verhoging van de tarieven ervoor dat het nettosalaris structureel lager uitvalt, wat vooral voelbaar is bij vaste lasten zoals huur, hypotheek, energie en boodschappen. Voor mensen die de stijgingen niet goed zien aankomen, kan dit leiden tot onaangename verrassingen aan het einde van de maand.
De stijging van de belastingpercentages is niet gelijkmatig verdeeld over de jaren, benadrukt de woordvoerder van het CPB. Sommige jaren zijn de stijgingen kleiner, andere jaren juist groter, afhankelijk van de planning van de coalitie en de economische situatie. Dat maakt het voor huishoudens moeilijk om hun financiën op lange termijn precies te plannen.
Vooral gezinnen met een middeninkomen kunnen hier last van krijgen, omdat de verhoging van de eerste en tweede schijf hen direct raakt. Terwijl hogere inkomens relatief immuun zijn voor de verhogingen, voelen werkenden die net boven het modale inkomen zitten de pijn van deze nieuwe belastingdruk.
Een belangrijk element in het beleid van de coalitie is de afweging tussen directe en indirecte betalingen. Door de zorgpremie te verlagen, lijkt het alsof de overheid de lasten verlaagt. Maar die verlichting wordt deels tenietgedaan door de stijging van de inkomstenbelasting.
In de praktijk kunnen de twee tegen elkaar worden weggestreept, waardoor veel huishoudens amper iets merken van het lagere bedrag aan premies. Het slechte nieuws is dus dubbel: niet alleen stijgt de belastingdruk, maar het effect van de lagere zorgpremie wordt grotendeels gecompenseerd door hogere belastingen.
Voor bedrijven geldt een vergelijkbaar verhaal, al is de impact daar minder zichtbaar op de korte termijn. Door de lagere zorgpremie besparen ondernemingen gezamenlijk 1,6 miljard euro, maar die verlichting staat los van de belastingdruk voor werknemers.
Voor werknemers betekent dit dat het nettoloon vaak lager uitvalt, ook als het bedrijf profiteert van lagere lasten. Daarmee ontstaat een situatie waarin de publieke perceptie van financiële verlichting niet overeenkomt met de werkelijkheid van de portemonnee.
Naast de directe effecten van de hogere tarieven speelt ook het psychologische aspect een rol. Veel Nederlanders hebben zich al ingesteld op een verlichting van hun lasten door de lagere zorgpremie. De plotselinge boodschap dat de inkomstenbelasting toch omhooggaat, voelt als een tegenvaller en kan leiden tot onzekerheid en ontevredenheid.
Het is bovendien lastig voor mensen om hun uitgavenpatroon hierop aan te passen, omdat loonstroken pas later in het jaar laten zien hoeveel er werkelijk wordt ingehouden. Voor gezinnen met een strak budget kan dit flinke gevolgen hebben.

De beleidskeuze van de coalitie is ingegeven door de noodzaak om het begrotingstekort niet te laten oplopen. Door het geld op een andere manier binnen te halen, hoopt de overheid het evenwicht te bewaren tussen inkomsten en uitgaven.
Maar dat betekent dat de lasten voor de burger verschuiven van één gebied (zorgpremies) naar een ander (inkomstenbelasting). Hoewel het effect in theorie neutraal lijkt, voelt het voor veel huishoudens als een directe belastingverhoging en dus slecht nieuws.
Een ander punt van zorg is de timing van de maatregelen. De stijging van de inkomstenbelasting wordt pas stapsgewijs ingevoerd richting 2030. Dit geeft de coalitie tijd om het beleid te communiceren, maar het betekent ook dat de onzekerheid jarenlang kan aanhouden.
Huishoudens weten niet precies hoe hun netto-inkomen zich zal ontwikkelen, waardoor financiële planning complexer wordt. Voor mensen met een vast inkomen of beperkte buffers kan dit leiden tot stress en onzekerheid, vooral als de stijgingen gecombineerd worden met inflatie en stijgende energiekosten.
Kortom, de plannen van de coalitie brengen voor veel Nederlanders slecht nieuws. Terwijl de lagere zorgpremie en zorgtoeslag aanvankelijk hoop gaven op een financiële verlichting, worden die voordelen grotendeels opgegeten door hogere inkomstenbelastingpercentages.
Vooral huishoudens in de eerste en tweede schijf merken dit direct in hun portemonnee, terwijl het psychologische effect van onverwachte belastingverhogingen extra zwaar kan wegen. De boodschap is helder: hoewel de coalitie investeringen en lastenverschuivingen voorstaat, zijn het vooral de burgers die de rekening gepresenteerd krijgen.










