Wie regelmatig in de auto zit, kent het gevoel waarschijnlijk maar al te goed: je rijdt lekker door, ziet in de verte een flitspaal en ineens gaat de voet van het gaspedaal. Zelfs automobilisten die zich normaal gesproken keurig aan de maximumsnelheid houden, willen bij zo’n paal nog weleens extra voorzichtig zijn.

Voor je het weet rijd je een stuk langzamer dan nodig is. Maar hoe lang moet je dat eigenlijk volhouden? Kun je na het passeren van een flitspaal meteen weer terug naar de toegestane snelheid, of kan de camera je ook nog verderop pakken?
Een automobilist uit Hilversum vroeg zich precies dat af en stuurde daarom een vraag naar TopGear. Hij schrijft dat hij altijd haast heeft, maar tegelijkertijd geen zin heeft in een dure verkeersboete.
Daarom houdt hij na het passeren van een flitspaal nog enkele honderden meters zijn snelheid laag. Alleen begint hij zich af te vragen of dat niet behoorlijk overdreven is. En daar zit een interessant verschil tussen wat veel automobilisten denken en hoe een gewone vaste flitspaal daadwerkelijk werkt.
De flitspaal controleert niet de hele weg
Om maar meteen met het belangrijkste antwoord te beginnen: bij een gewone vaste flitspaal draait de controle om een specifieke locatie. Het Openbaar Ministerie omschrijft een vaste flitspaal als een systeem dat op één locatie handhaaft. De camera controleert daar of je op dat moment de maximumsnelheid overschrijdt.
Dat betekent dus dat je niet standaard nog 100, 200 of 500 meter lang extra langzaam hoeft te rijden omdat je bang bent dat de zojuist gepasseerde flitspaal je alsnog kan fotograferen. De meting van die paal vindt plaats bij de betreffende controlelocatie. Ben je die locatie eenmaal voorbij, dan verandert de situatie.
Daarbij is natuurlijk wel één belangrijke kanttekening nodig. Het feit dat je de flitspaal voorbij bent, betekent niet dat je vervolgens onbeperkt hard kunt rijden. De maximumsnelheid blijft gewoon gelden. Als er even verderop bijvoorbeeld een nieuwe snelheidscontrole staat, een mobiele controle wordt uitgevoerd of de maximumsnelheid verandert, kan daar opnieuw worden gecontroleerd.
Waarom remmen automobilisten dan zo extreem?
Toch is het opvallend hoeveel automobilisten vlak voor een flitspaal ineens flink op de rem gaan staan. Soms lijkt het zelfs alsof iemand denkt dat een flitspaal een soort onzichtbare controlezone van honderden meters heeft.
Daar zit een bekend gedragspatroon achter. Automobilisten minderen snelheid wanneer ze een camera naderen en trekken vervolgens na het passeren weer op. Dat zorgt ervoor dat de snelheid rond een flitspaal behoorlijk kan schommelen. Het is precies een van de redenen waarom je soms een bestuurder ziet die eerst keurig de maximumsnelheid rijdt, vervolgens opvallend langzaam langs de paal kruipt en daarna weer versnelt.
Dat overdreven remmen is bovendien niet bepaald ideaal voor het verkeer. Wanneer iemand onverwacht snelheid vermindert, moeten achterliggers reageren. Zeker op drukke wegen kan dat voor extra snelheidsverschillen en onrust zorgen.

Die 500 meter is geen magische afstand
De vraagsteller uit Hilversum houdt na een flitspaal ongeveer 500 meter zijn snelheid laag. Dat klinkt misschien verstandig, maar die afstand heeft geen officiële betekenis voor de werking van een gewone vaste flitspaal.
De gedachte achter die 500 meter komt vooral voort uit onderzoek naar het rijgedrag rondom snelheidscamera’s.
Daaruit is juist naar voren gekomen dat automobilisten na het passeren van een camera hun snelheid weer geleidelijk opvoeren. Het getal zegt dus vooral iets over het gedrag van bestuurders en niet over een zogenaamd bereik van de flitspaal.
Er is dus geen Nederlandse verkeersregel die zegt dat je na een vaste flitspaal bijvoorbeeld nog een halve kilometer onder de maximumsnelheid moet blijven rijden.
Sterker nog: wie 50 mag rijden, hoeft niet ineens 40 of 45 te rijden zodra er een camera in beeld komt. De verstandigste aanpak is simpelweg de toegestane snelheid aanhouden. Daarmee voorkom je niet alleen een boete, maar zorg je er ook voor dat je geen onnodige snelheidsverschillen veroorzaakt.
Pas op: trajectcontrole is een ander verhaal
Hier wordt het verhaal wel een stuk interessanter. Want niet iedere snelheidscamera werkt hetzelfde. Bij een trajectcontrole gaat het namelijk niet om één meetpunt.
Het Openbaar Ministerie legt uit dat een trajectcontrole de gemiddelde snelheid berekent tussen meerdere meetpunten. Camera’s registreren voertuigen op verschillende plaatsen en aan de hand van de tijd die je nodig hebt om van het ene naar het andere meetpunt te rijden, wordt bepaald hoe snel je gemiddeld hebt gereden.
Daarom heeft het bij een trajectcontrole weinig zin om bij één camera keurig de maximumsnelheid te rijden en daarna het gaspedaal flink in te trappen. Het systeem kijkt immers naar je gemiddelde snelheid over het gecontroleerde gedeelte.
Even flink versnellen en later afremmen helpt niet
Ook een truc waarbij je eerst te hard rijdt en later weer extra langzaam gaat rijden, werkt niet zomaar. Bij trajectcontroles die uit meerdere secties bestaan, wordt iedere sectie afzonderlijk bekeken. Het Rijk benadrukt dat een te hoge snelheid in het ene gedeelte niet kan worden gecompenseerd door verderop langzamer te rijden.
Sommige trajectcontroles bestaan bovendien uit meerdere secties. Volgens het OM kan bij dergelijke systemen al over een afstand van minimaal 200 meter een gemiddelde snelheid worden berekend.
Daarmee is het verschil tussen een vaste flitspaal en een trajectcontrole duidelijk. Bij een gewone vaste paal draait de controle om de snelheid op de specifieke meetlocatie. Bij trajectcontrole wordt juist gekeken naar hoe snel je gemiddeld tussen meetpunten rijdt.

Dus: wanneer mag het gas er weer op?
Voor de automobilist uit Hilversum is het antwoord daarmee eigenlijk vrij eenvoudig. Bij een gewone vaste flitspaal hoef je niet uit voorzorg nog honderden meters langzaam te blijven rijden. De controle van die specifieke flitspaal vindt plaats op de meetlocatie zelf.
Maar dat betekent natuurlijk niet dat je na het passeren meteen harder mag dan de maximumsnelheid. Je moet je simpelweg blijven houden aan de geldende limiet. Zie je een bord met 50, dan is 50 het uitgangspunt. Staat er 80, dan geldt 80.
En misschien is dat uiteindelijk wel de beste manier om met flitspalen om te gaan: niet ineens keihard remmen wanneer je een camera ziet, maar gewoon gedurende de hele rit de toegestane snelheid rijden. Dat is een stuk rustiger voor jezelf én voor de automobilisten achter je.
Wie dus na iedere flitspaal nog 500 meter extra voorzichtig doet, kan daar gerust mee stoppen. Niet omdat de weg na de paal ineens een vrijbrief is om het gaspedaal volledig in te trappen, maar omdat een gewone vaste flitspaal geen controle over honderden meters verderop uitvoert. Bij een trajectcontrole ligt dat nadrukkelijk anders.
Bronnen: Openbaar Ministerie en Researchgate en topgear










