Wie binnenkort nog een kaartje naar familie wil sturen, een persoonlijke brief op de mat wil laten vallen of iemand een handgeschreven boodschap wil bezorgen, doet er mogelijk goed aan om rekening te houden met een nieuwe prijsstijging.

De post wordt steeds minder gebruikt, maar juist daardoor staat de prijs van een losse brief al jaren onder druk. Voor 2027 ligt opnieuw een forse verhoging op tafel, waardoor een gewone postzegel mogelijk richting de 1,60 euro gaat.
De toezichthouder ACM heeft PostNL inmiddels toestemming gegeven om de tarieven binnen de Universele Postdienst aanzienlijk te verhogen.
Het gaat om bijna 13 procent extra ruimte. Dat betekent niet automatisch dat iedere postzegel precies met dat percentage duurder wordt, maar als PostNL de volledige verhoging doorberekent aan een standaardzegel, zou de prijs kunnen stijgen van 1,40 naar ongeveer 1,58 euro.
Definitieve prijs komt later
De ACM bepaalt overigens niet rechtstreeks wat een losse postzegel moet kosten. De toezichthouder kijkt naar de totale tariefruimte die PostNL binnen de gereguleerde postdienst mag gebruiken.
Vervolgens bepaalt PostNL zelf hoe die ruimte over de verschillende soorten post wordt verdeeld. Daardoor staat de definitieve prijs van een losse postzegel voor 2027 nog niet vast.
Toch is de verwachting dat consumenten een aanzienlijk deel van de stijging zullen merken. PostNL heeft de afgelopen jaren bij eerdere tariefverhogingen namelijk eveneens een flink deel van de beschikbare ruimte verwerkt in de prijs van losse post.
Voor iemand die één keer per jaar een verjaardagskaart verstuurt, lijkt een stijging van enkele tientallen centen misschien niet wereldschokkend. Maar voor mensen die regelmatig kaarten sturen, voor verenigingen en voor bedrijven die nog veel post versturen, kunnen de extra kosten behoorlijk oplopen.
Waarom wordt post steeds duurder?
Op het eerste gezicht lijkt het misschien vreemd dat een dienst die steeds minder wordt gebruikt, juist duurder wordt. Toch is dat precies het probleem waar PostNL mee te maken heeft.
Het aantal brieven en kaarten dat jaarlijks wordt verstuurd, is de afgelopen jaren enorm afgenomen. Waar de post vroeger een essentieel onderdeel van het dagelijks leven was, gebruiken Nederlanders tegenwoordig vooral e-mail, WhatsApp en andere digitale communicatiemiddelen.
Toch moet het landelijke netwerk grotendeels in stand blijven.
Ook als een postbezorger op een bepaalde route nog maar een fractie van het aantal brieven van vroeger heeft, moeten de brieven worden opgehaald, gesorteerd en bezorgd. Er zijn sorteercentra, bezorgers, voertuigen en andere voorzieningen nodig.
De vaste kosten verdwijnen dus niet automatisch wanneer het aantal brieven afneemt.

Steeds minder brieven
Volgens de cijfers die rond de Universele Postdienst worden genoemd, is gewone post inmiddels nog maar een relatief klein deel van het totale postvolume. Dit jaar gaat het om ongeveer 200 miljoen poststukken, terwijl dat aantal in het verleden vele malen hoger lag.
Dat zorgt voor een lastig probleem.
De kosten van het netwerk moeten over steeds minder poststukken worden verdeeld. Daardoor wordt iedere afzonderlijke brief duurder om te bezorgen.
Het is dus niet simpelweg zo dat PostNL minder werk heeft en daarom de prijzen zou moeten verlagen. Het tegenovergestelde kan gebeuren: hoe minder post er wordt verstuurd, hoe duurder het wordt om het netwerk per poststuk draaiende te houden.
Ook de bezorging is veranderd
De discussie over de prijs komt bovendien op een opvallend moment. Sinds juli 2026 wordt gewone post standaard binnen twee dagen bezorgd, terwijl veel mensen jarenlang gewend waren dat een normale brief de volgende dag arriveerde.
Die wijziging moet het postbedrijf helpen om efficiënter te werken.
Door de bezorging anders te organiseren, kan PostNL volgens de plannen met minder personeel toe. Er wordt gesproken over een vermindering van ongeveer 18 procent van het benodigde postpersoneel.
Je zou daarom kunnen verwachten dat een efficiëntere werkwijze uiteindelijk ook voor lagere kosten zorgt. Maar volgens PostNL is dat onvoldoende om de structurele daling van de postvolumes op te vangen.
De hoeveelheid brieven blijft immers dalen.
Postbezorging levert verlies op
PostNL heeft de afgelopen periode meerdere keren gewaarschuwd voor de financiële situatie rond de traditionele postbezorging. De pakketdivisie is inmiddels veel belangrijker geworden voor het bedrijf, terwijl brieven en kaarten steeds minder inkomsten opleveren.
Volgens de aangehaalde cijfers draaide de traditionele postbezorging vorig jaar een verlies van ongeveer 35 miljoen euro. Voor dit jaar wordt gerekend op een verlies van circa 38 miljoen euro.
De nieuwe tariefruimte moet helpen om dat gat kleiner te maken.
Naar schatting kan de toegestane prijsverhoging ongeveer 36 miljoen euro aan extra omzet opleveren. Dat bedrag ligt opvallend dicht bij het verwachte verlies op de postactiviteiten.
De verhoging is daarmee vooral bedoeld om de postdienst financieel overeind te houden en niet zozeer om grote extra winsten te creëren.
Vooral bijzondere post blijft over
Voor veel mensen is de gewone brief inmiddels vrijwel verdwenen uit het dagelijks leven. Facturen komen digitaal binnen, afspraken worden via apps gemaakt en familieleden sturen elkaar berichten via WhatsApp.
Toch zijn er momenten waarop mensen nog bewust voor een fysieke kaart kiezen.
Een verjaardagskaart, geboortekaartje, rouwkaart of handgeschreven brief heeft voor veel mensen nog altijd een persoonlijke waarde die een digitaal bericht niet helemaal kan vervangen.
Juist daardoor blijft er een groep Nederlanders die afhankelijk is van de post of deze bewust wil blijven gebruiken.
Voor hen wordt het versturen van een kaartje de komende jaren waarschijnlijk opnieuw iets duurder.

Postzegels die je nu koopt blijven geldig
Wie zich zorgen maakt dat oude postzegels straks waardeloos worden, hoeft zich daar overigens geen zorgen over te maken. Postzegels die je nu aanschaft, blijven geldig wanneer de tarieven later worden verhoogd.
Dat kan voor mensen die regelmatig post versturen interessant zijn. Wie sowieso van plan is om de komende tijd veel kaarten te versturen, kan daardoor voorkomen dat iedere toekomstige kaart tegen het hogere tarief moet worden gefrankeerd.
Wel blijft het verstandig om de officiële tarieven af te wachten.
Bijna €1,60 is nog geen definitieve prijs
Hoewel een bedrag van ongeveer 1,58 euro veel wordt genoemd, is dat op dit moment nog geen vaststaand tarief. Het is een berekening op basis van de maximale tariefruimte die PostNL van de ACM heeft gekregen.
PostNL moet de daadwerkelijke prijzen voor 2027 nog bekendmaken. Het bedrijf kan ervoor kiezen de beschikbare ruimte anders over verschillende postproducten te verdelen.
Toch geeft de beslissing van de ACM alvast een duidelijke indicatie van wat consumenten kunnen verwachten.
Een gewone kaart naar oma, een persoonlijke brief of een condoleancekaart versturen wordt waarschijnlijk opnieuw duurder. En daarmee wordt een handgeschreven boodschap langzaam maar zeker een luxeproduct, terwijl juist de persoonlijke waarde ervan voor veel mensen groot blijft.










