Na jaren van discussies, rechtszaken en aanpassingen is de kogel eindelijk door de kerk. In Tweede Kamer is ingestemd met een compleet nieuw systeem voor het belasten van vermogen.

Vanaf 2028 verandert er veel voor Nederlanders met spaargeld, beleggingen, crypto of een tweede woning. Het belangrijkste verschil: niet langer een verzonnen rendement, maar belasting over wat je écht verdient.
Voor veel mensen klinkt dat eerlijker, maar het nieuwe systeem roept ook vragen op. Want hoe wordt jouw rendement straks berekend? Wat betekent de vrijstelling van 60.000 euro in de praktijk?
En wie gaat er uiteindelijk meer betalen – spaarders of beleggers? Hieronder lees je in duidelijke taal wat er verandert en waar je rekening mee moet houden.
Waarom het oude systeem onder vuur lag
De vermogensrendementsheffing is al jaren een gevoelig onderwerp. In het oude systeem ging de Belastingdienst uit van een fictief rendement. Of je nu nauwelijks rente kreeg op je spaarrekening of grote winsten maakte met aandelen, er werd een gemiddeld percentage gebruikt.
Toen de spaarrente jarenlang extreem laag bleef, ontstond er veel kritiek. Spaarders betaalden belasting over rendement dat ze nooit hadden gehaald. Tegelijkertijd konden beleggers soms relatief goedkoop uitkomen als hun winst hoger lag dan het fictieve percentage.
Dat leidde tot massale bezwaren en uiteindelijk tot ingrijpen door de rechter. Sindsdien zoekt de overheid naar een eerlijker alternatief.
Het nieuwe systeem vanaf 2028
Vanaf 2028 wordt jouw echte rendement belast. Dat betekent dat rente, dividend, koerswinst, huurinkomsten en cryptowinst allemaal meetellen. Je moet die gegevens zelf aanleveren bij je belastingaangifte.
De eerste 60.000 euro vermogen blijft belastingvrij. Pas daarboven betaal je belasting over de winst die je in een jaar maakt.
De overheid maakt daarbij onderscheid tussen twee soorten belasting:
vermogensaanwasbelasting
vermogenswinstbelasting
Hoewel die namen ingewikkeld klinken, is het verschil eigenlijk vrij logisch.

1. Vermogensaanwasbelasting: jaarlijks afrekenen
De vermogensaanwasbelasting geldt voor zaken die makkelijk verhandelbaar zijn. Denk aan spaargeld, aandelen, ETF’s, crypto en huurinkomsten uit vastgoed.
Je betaalt jaarlijks belasting over de waardestijging of inkomsten. Het tarief ligt op 36 procent van je rendement boven de vrijstelling.
Een simpel voorbeeld:
Heb je 1.000 euro spaargeld met 2 procent rente? Dan is je winst 20 euro. Daarover betaal je 36 procent belasting.
Stijgt een belegging met 8 procent? Dan betaal je belasting over die stijging, zelfs als je nog niets hebt verkocht.
Voor actieve beleggers kan dat een grote verandering zijn, omdat je dus al belasting betaalt terwijl je winst nog op papier staat.
2. Vermogenswinstbelasting: betalen bij verkoop
Voor sommige bezittingen is jaarlijks afrekenen minder logisch. Bijvoorbeeld bij een tweede woning of aandelen in een start-up. Die verkoop je niet zomaar even.
Daarom komt er een tweede systeem: vermogenswinstbelasting. Hierbij betaal je pas belasting als je daadwerkelijk verkoopt.
Koop je bijvoorbeeld een vakantiehuis voor 100.000 euro en stijgt de waarde naar 120.000 euro? Dan betaal je belasting over de 20.000 euro winst, maar pas zodra je het huis verkoopt.
Dat moet voorkomen dat mensen belasting moeten betalen zonder dat ze geld vrij hebben.
Wat betekent dit voor spaarders?
Voor spaarders kan het nieuwe systeem eerlijker voelen. In plaats van een verzonnen rendement betaal je belasting over de rente die je écht ontvangt.
Toch blijft er kritiek. Als de rente stijgt, stijgt ook automatisch de belastingdruk. En omdat inflatie niet wordt meegerekend, betaal je belasting over nominale winst, niet over koopkracht.
Voor mensen met grote spaartegoeden kan dat verschil flink oplopen.
Beleggers en crypto-investeerders
Beleggers gaan waarschijnlijk het meeste merken van de veranderingen. Vooral omdat koerswinsten jaarlijks belast worden, ook als je niet verkoopt.
Dat kan invloed hebben op strategieën zoals “buy and hold”. Sommige beleggers vrezen dat ze aandelen moeten verkopen om belasting te betalen.
Crypto-investeerders vallen ook onder de aanwasbelasting. Stijgt je cryptoportefeuille sterk? Dan betaal je belasting over die stijging, zelfs als de koers later weer daalt.
Critici noemen dat een risico, omdat de cryptomarkt erg volatiel is.

Vastgoedbezitters en tweede woningen
Voor verhuurders verandert er eveneens veel. Huurinkomsten vallen onder de jaarlijkse aanwasbelasting. Waardestijging van de woning zelf valt onder de winstbelasting bij verkoop.
Dit maakt het systeem ingewikkelder, maar volgens de overheid ook eerlijker. Mensen met vastgoed betalen straks belasting op basis van echte inkomsten en waardegroei.
Toch vrezen sommige experts dat hogere belastingdruk kan leiden tot hogere huren, omdat verhuurders kosten doorberekenen.
Waarom Nederland deze stap zet
Volgens de overheid moest er iets veranderen. Het oude systeem leidde tot juridische problemen en werd door veel mensen als oneerlijk ervaren.
Met het nieuwe model sluit Nederland meer aan bij landen die al belasting heffen op werkelijk rendement.
Daarnaast hoopt de overheid dat het vertrouwen in het belastingstelsel toeneemt. Minder fictieve berekeningen en meer transparantie moeten zorgen voor duidelijkheid.
Administratie wordt belangrijker
Een groot nadeel voor veel mensen is dat de administratie ingewikkelder wordt. Je moet straks zelf bijhouden:
hoeveel dividend je krijgt
hoeveel je beleggingen stijgen of dalen
wat je crypto waard is aan het begin en eind van het jaar
welke huurinkomsten je ontvangt
Voor sommige mensen betekent dat dat ze software of een adviseur nodig hebben om alles correct in te vullen.
Wie gaat erop vooruit?
De meningen zijn verdeeld. Spaarders met lage rendementen profiteren mogelijk, omdat ze niet langer belasting betalen over een fictief percentage.
Beleggers met hoge winsten kunnen juist meer gaan betalen, omdat hun echte rendement wordt belast.
Mensen met wisselende resultaten – bijvoorbeeld crypto-investeerders – moeten vooral goed plannen, omdat ze belasting verschuldigd kunnen zijn in een jaar waarin hun vermogen later weer daalt.
Een systeem dat nog vragen oproept
Hoewel het plan is goedgekeurd, blijft er discussie. Experts vragen zich af hoe praktisch het wordt om jaarlijks alle waardestijgingen bij te houden.
Ook is nog niet alles uitgewerkt. Details over verliesverrekening en uitzonderingen moeten de komende jaren verder worden ingevuld.
Wat wel duidelijk is: 2028 wordt een kantelpunt voor iedereen met vermogen.
Eerlijker, maar ook complexer
De nieuwe vermogensbelasting moet een einde maken aan jarenlange kritiek op het oude systeem. Door belasting te heffen op werkelijk rendement wil de overheid een eerlijkere verdeling creëren.
Maar eerlijker betekent niet automatisch eenvoudiger. Voor veel Nederlanders wordt het belangrijker dan ooit om hun financiën goed bij te houden.
De vrijstelling van 60.000 euro zorgt ervoor dat kleine spaarders weinig merken. Maar wie actief belegt, vastgoed bezit of met crypto bezig is, zal zich goed moeten voorbereiden.
Want één ding staat vast: vanaf 2028 kijkt de fiscus niet meer naar wat je had kúnnen verdienen – maar naar wat je daadwerkelijk hebt verdiend.









