De energierekening gaat dit jaar omlaag. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor het eerst sinds eind 2024 komt de gemiddelde energierekening weer onder de grens van 2.000 euro per jaar uit. Voor veel huishoudens voelt dat als een kleine opluchting na jaren waarin de kosten juist hard opliepen.

De daling is niet spectaculair, maar wel betekenisvol. Het gaat om een trendbreuk: waar energie jarenlang duurder werd, zien we nu een lichte daling. Die komt vooral doordat huishoudens minder gas en stroom verbruiken. Ook de energieprijzen zelf zijn iets gedaald. Wat betekent dat concreet voor je portemonnee? En waarom verschilt de energierekening zo sterk per huishouden?
Lagere energierekening volgens het CBS
Het CBS baseert zich op de gemiddelde gas- en stroomtarieven van januari 2026. Op jaarbasis komt de gemiddelde energierekening uit op 1.993 euro. Dat is 52 euro minder dan een jaar eerder, een daling van ongeveer 2,5 procent.
Op het eerste gezicht lijkt 52 euro misschien niet veel. Toch is het verschil opvallend, omdat het een omslag markeert na een periode van forse stijgingen. De belangrijkste oorzaak van de daling is niet zozeer een sterke prijsverlaging, maar een lager energieverbruik. Huishoudens gebruikten gemiddeld minder gas en elektriciteit dan het jaar ervoor.
Dat lagere verbruik levert gemiddeld 47 euro besparing op. De prijsdaling zelf is beperkt. Als het verbruik gelijk was gebleven, zou de energierekening slechts ongeveer 5 euro lager zijn uitgekomen. Met andere woorden: de echte winst zit vooral in zuiniger gedrag en structurele veranderingen in woningen.
Vooral het gasverbruik is gedaald. Het CBS corrigeert de cijfers voor temperatuurverschillen, zodat een zachte winter niet automatisch leidt tot een vertekend beeld. Daardoor ontstaat een realistischer beeld van structurele besparingen, bijvoorbeeld door betere isolatie of bewust stookgedrag.

Grote verschillen tussen huishoudens
Hoewel het gemiddelde onder de 2.000 euro uitkomt, zegt dat bedrag lang niet alles. De verschillen tussen huishoudens zijn groot. Het type woning, het bouwjaar, het aantal bewoners en de manier van verwarmen spelen een belangrijke rol.
Een grote, vrijstaande woning met een traditionele gasinstallatie kost gemiddeld ruim 3.370 euro per jaar aan energie. Dat is meer dan anderhalf keer het landelijk gemiddelde. Zo’n woning heeft vaak meer buitenmuren, een groter oppervlak en soms minder goede isolatie, wat leidt tot hogere stookkosten.
Aan de andere kant van het spectrum staat een eenpersoonshuishouden in een nieuw, goed geïsoleerd appartement. Daar ligt de energierekening gemiddeld onder de 1.400 euro per jaar. Het kleinere woonoppervlak en moderne isolatiemaatregelen zorgen voor een aanzienlijk lager verbruik.
Het goedkoopst uit zijn huishoudens in volledig elektrische woningen. Zij betalen gemiddeld ongeveer 1.020 euro per jaar. Deze woningen hebben geen traditionele gasaansluiting en zijn doorgaans goed geïsoleerd. Vaak maken ze gebruik van een warmtepomp en vloerverwarming, waardoor het energieverbruik efficiënter is.
De cijfers maken duidelijk dat woningtype en isolatieniveau zwaarder wegen dan kleine prijsverschillen tussen energieleveranciers. Overstappen naar een goedkoper contract kan enkele tientallen euro’s per jaar schelen, maar investeren in isolatie, HR++-glas of een warmtepomp kan op langere termijn honderden euro’s besparen.
Zonnepanelen en terugleverkosten
Een belangrijk aandachtspunt in de energiediscussie zijn zonnepanelen. Het CBS houdt in de basisberekening geen rekening met terugleverkosten, maar maakte wel een aanvullende berekening.
Huishoudens met zonnepanelen die terugleverkosten betalen, zijn daar gemiddeld 244 euro per jaar aan kwijt. Tegelijkertijd ontvangen zij gemiddeld 505 euro aan terugleververgoeding voor de stroom die zij aan het net leveren. Per saldo blijft terugleveren dus voordelig, met een positief verschil van ruim 250 euro per jaar.

Wel is het voordeel kleiner dan in eerdere jaren. Steeds meer energieleveranciers rekenen terugleverkosten om de druk op het elektriciteitsnet te compenseren. Daarnaast verandert de salderingsregeling de komende jaren. Dat betekent dat de opbrengsten van zonnepanelen geleidelijk kunnen afnemen.
Voor huishoudens met zonnepanelen is het daarom belangrijk om contractvoorwaarden goed te vergelijken en het eigen verbruik slim af te stemmen op de momenten waarop de panelen stroom opwekken. Wie meer zelf verbruikt en minder teruglevert, kan het rendement verbeteren.
Verduurzamen loont op lange termijn
De daling van 52 euro geeft wat ademruimte, maar laat vooral zien dat gedragsverandering en verduurzaming effect hebben. Huishoudens zijn bewuster gaan omgaan met energie. De thermostaat staat gemiddeld iets lager, apparaten worden efficiënter gebruikt en veel woningen zijn beter geïsoleerd dan enkele jaren geleden.
Toch blijft de energierekening sterk afhankelijk van persoonlijke omstandigheden. Wie in een slecht geïsoleerde woning woont en veel gas verbruikt, betaalt nog altijd fors meer dan het gemiddelde. Voor deze groep ligt de grootste besparing niet in prijsvergelijkingen, maar in structurele verbeteringen aan de woning.
Denk aan spouwmuurisolatie, dakisolatie, vloerisolatie of het vervangen van oude kozijnen. Ook het installeren van een hybride of volledig elektrische warmtepomp kan het gasverbruik drastisch verminderen. Hoewel dergelijke investeringen geld kosten, verlagen ze de maandlasten structureel en verhogen ze vaak de waarde van de woning.
Stabiliteit geeft rust
Naast de lichte daling is ook de relatieve stabiliteit van de energieprijzen positief nieuws. De afgelopen jaren werden huishoudens geconfronteerd met grote schommelingen, wat budgetteren lastig maakte. Nu de prijzen minder extreem bewegen, ontstaat er meer voorspelbaarheid in de vaste lasten.
Dat betekent niet dat energie weer “goedkoop” is. De rekening ligt nog altijd hoger dan vóór de energiecrisis. Maar de combinatie van stabielere tarieven en lager verbruik zorgt ervoor dat de gemiddelde energierekening onder de psychologische grens van 2.000 euro per jaar zakt.

Voor veel huishoudens is dat vooral mentaal belangrijk. Het geeft het gevoel dat de piek achter ons ligt en dat investeringen in verduurzaming daadwerkelijk effect hebben.
De energierekening daalt dit jaar gemiddeld naar 1.993 euro per jaar. Dat is 52 euro minder dan vorig jaar en markeert een voorzichtige trendbreuk. De belangrijkste oorzaak is lager verbruik, niet zozeer een sterke daling van de prijzen.
De verschillen tussen huishoudens blijven groot. Wie in een energiezuinige woning woont of volledig elektrisch verwarmt, is aanzienlijk goedkoper uit dan bewoners van oudere, slecht geïsoleerde huizen. Zonnepanelen blijven rendabel, al neemt het voordeel langzaam af.
Uiteindelijk blijkt uit de cijfers één duidelijke les: structurele besparingen komen vooral voort uit verduurzaming en bewust energiegebruik. Wie daarin investeert, heeft de grootste invloed op zijn energierekening – nu en in de toekomst.










