Dit jaar merken veel mensen dat hun hooikoortsklachten eerder beginnen en ook heviger lijken dan in voorgaande jaren.

Waar sommigen normaal pas in het voorjaar klachten ervaren, geven anderen nu al in de winter of vroege lente aan last te hebben van niezen, jeukende ogen en benauwdheid. Dat beeld wordt ondersteund door metingen van pollen in de lucht, die opvallend hoger liggen dan gemiddeld.
Uit recente tellingen van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) blijkt dat vooral de eerste maanden van dit jaar uitzonderlijk veel pollen in de lucht aanwezig waren. In februari werd zelfs een piek gemeten die hoger lag dan in de afgelopen vijf decennia.
Tegelijkertijd zagen huisartsen een stijging in het aantal mensen dat zich meldde met hooikoortsklachten. Hoewel de situatie in mei en juni weer meer richting het normale patroon beweegt, blijft de start van het seizoen duidelijk afwijkend.
De toename van hooikoorts hangt nauw samen met veranderingen in het klimaat. Door zachtere winters en warmere lentes beginnen planten eerder te bloeien dan vroeger.
Daardoor komt het stuifmeel van bomen, grassen en kruiden ook eerder in de lucht terecht. Vooral droge periodes spelen daarbij een grote rol, omdat pollen zich dan makkelijker verspreiden en langer blijven zweven.
Een andere factor is de wisselende neerslag. Wanneer het weinig regent, worden pollen minder snel uit de lucht gespoeld.
Dat zorgt ervoor dat de concentratie in de lucht langer hoog blijft. Voor mensen met een allergie betekent dat vaak een langere periode van klachten, soms al voordat het officiële hooikoortsseizoen goed en wel is begonnen.
Welke pollen iemand precies klachten geeft, verschilt per persoon. Sommige mensen reageren vooral op boompollen in het vroege voorjaar, terwijl anderen juist gevoelig zijn voor graspollen of onkruid later in het jaar. Dat verklaart ook waarom hooikoortsklachten niet bij iedereen op hetzelfde moment optreden.

In de eerste maanden van het jaar zijn het vooral bomen die verantwoordelijk zijn voor klachten. Al vanaf februari en maart komt er stuifmeel vrij van verschillende boomsoorten.
Eén van de bekendste veroorzakers is de berk, die met zijn karakteristieke witte stam en gele katjes veel pollen produceert die door de wind worden verspreid. Juist omdat deze pollen licht en klein zijn, kunnen ze zich over grote afstanden verplaatsen.
Voor mensen die gevoelig zijn voor boompollen kan deze periode al voldoende zijn om flinke klachten te ervaren. Niezen, tranende ogen en vermoeidheid komen vaak voor, zeker op dagen met veel wind en weinig regen.
Omdat de bloei van bomen vroeg in het jaar begint, worden deze klachten vaak niet direct gekoppeld aan hooikoorts, terwijl dat wel de oorzaak kan zijn.
Later in het jaar verschuift de bron van pollen richting gras. Graspollen behoren in Nederland tot de grootste veroorzakers van hooikoorts. Van de vele grassoorten die in ons land voorkomen, zijn er tientallen die allergische reacties kunnen uitlokken.
Deze bloeiperiode loopt grofweg van mei tot en met oktober, waardoor veel mensen een langere periode van klachten ervaren.
Soorten zoals rogge, grote vossenstaart en staartgras dragen sterk bij aan de hoeveelheid pollen in de lucht. Omdat gras overal groeit, van bermen tot weilanden en parken, is blootstelling moeilijk te vermijden. Dat maakt graspollen voor veel mensen een hardnekkige bron van allergieklachten.
Naast bomen en gras speelt ook onkruid een belangrijke rol in het hooikoortsseizoen. Vooral bijvoet is een bekende veroorzaker van allergische reacties. Deze plant groeit vaak op ongewenste plekken zoals langs spoorlijnen, wegen en braakliggende terreinen. De bloeiperiode valt meestal in de zomer, met een piek in augustus.
Ook de ambrosiaplant wordt steeds vaker genoemd als probleemplant. Deze soort produceert zeer lichte pollen die gemakkelijk door de wind worden verspreid. Door de opwarming van het klimaat komt ambrosia steeds vaker in Nederland voor, waardoor ook de kans op klachten toeneemt.
Wat deze plant extra vervelend maakt, is dat de bloei relatief laat in het seizoen plaatsvindt. Daardoor kan het hooikoortsseizoen voor sommige mensen doorlopen tot in september of zelfs oktober. Dat betekent dat klachten niet alleen vroeger beginnen, maar ook later eindigen dan voorheen.

Door deze verschuivingen in bloeitijden verandert ook de manier waarop mensen hooikoorts ervaren.
Waar het vroeger vooral een kort voorjaarsprobleem was, is het nu voor veel mensen een langdurig terugkerend ongemak geworden. Dat heeft gevolgen voor dagelijks leven, werk en slaapkwaliteit.
Steeds meer mensen zoeken daarom naar manieren om hun klachten te verminderen. Denk aan medicatie, het vermijden van buitenactiviteiten op piekmomenten of het volgen van pollenverwachtingen. Die informatie wordt steeds belangrijker, omdat de concentratie pollen per dag sterk kan verschillen.
Hoewel de situatie per persoon verschilt, is de trend duidelijk: de hoeveelheid pollen in de lucht is in bepaalde periodes hoger dan voorheen en het hooikoortsseizoen lijkt langer te worden. Dat zorgt ervoor dat steeds meer mensen zich bewust worden van hun allergie of eerder klachten herkennen.
Wat vaststaat, is dat hooikoorts geen statisch probleem is. Door veranderende weersomstandigheden en een verschuivend klimaatpatroon blijft ook de timing en intensiteit van het seizoen veranderen. Voor veel mensen betekent dat simpelweg: eerder beginnen met opletten en langer rekening houden met klachten.









