Leden van de Tweede Kamer vervullen een bijzondere en verantwoordelijke functie binnen de Nederlandse democratie. Zij vertegenwoordigen het volk, controleren de regering en nemen deel aan het wetgevingsproces. Gezien deze unieke positie ontvangen Kamerleden geen regulier salaris zoals werknemers in loondienst, maar een zogenoemde schadeloosstelling.

Deze vergoeding is bedoeld om hen financieel te compenseren voor het volledig wijden aan hun politieke ambt en het opgeven van een maatschappelijke of commerciële loopbaan. Naast deze schadeloosstelling hebben Kamerleden recht op diverse aanvullende vergoedingen, zoals onkostenvergoedingen, vakantiegeld en een eindejaarsuitkering.
Wat wordt bedoeld met ‘schadeloosstelling’?
De term schadeloosstelling wordt bewust gebruikt in plaats van salaris. Dit heeft te maken met de bijzondere status van volksvertegenwoordigers. Een lid van de Tweede Kamer is geen gewone werknemer met een werkgever, maar bekleedt een openbaar ambt. De schadeloosstelling is bedoeld als compensatie voor het verlies van andere inkomsten en carrièrekansen die Kamerleden moeten opgeven om hun functie goed te kunnen uitvoeren.
Van Kamerleden wordt verwacht dat zij zich volledig inzetten voor hun politieke werkzaamheden. Dit betekent lange werkdagen, intensieve voorbereiding, debatten die tot laat in de avond duren en een grote mate van beschikbaarheid. Zelfs tijdens vakanties kan van hen worden verwacht dat zij terugkeren naar Den Haag wanneer er een dringend debat of politieke crisis plaatsvindt. Door deze verplichtingen is het praktisch onmogelijk om daarnaast een reguliere baan te hebben. Daarom voorziet de overheid in een vaste vergoeding.
Geen loon, maar een vergoeding voor een ambt
Het onderscheid tussen loon en schadeloosstelling is ook juridisch en maatschappelijk van belang. Kamerleden maken geen deel uit van het ‘gewone volk’ in de zin van arbeidsrechtelijke verhoudingen, maar hebben een zelfstandige constitutionele rol. Hun inkomen is wettelijk vastgesteld en wordt transparant gepubliceerd door de Rijksoverheid. Op deze manier wordt gewaarborgd dat de vergoeding niet afhankelijk is van politieke voorkeuren of individuele onderhandelingen.
Opbouw van het bruto jaarinkomen
De schadeloosstelling van een Tweede Kamerlid bestaat uit meerdere onderdelen. Allereerst is er een vast basisbedrag dat maandelijks wordt uitgekeerd. Dit basisbedrag vormt het grootste deel van het inkomen. Daarnaast ontvangen Kamerleden vakantiegeld en een eindejaarsuitkering, vergelijkbaar met regelingen in veel andere publieke functies.
Het bruto maandsalaris (of beter gezegd: de maandelijkse schadeloosstelling) bedraagt € 10.133,92. Op jaarbasis komt dit neer op een bruto basisinkomen van € 121.607,04. Hier bovenop ontvangen Kamerleden een vakantie-uitkering van 8%, wat neerkomt op € 9.728,56 per jaar. Daarnaast is er een eindejaarsuitkering van 8,3%, goed voor € 10.093,44 per jaar.
Wanneer al deze componenten bij elkaar worden opgeteld, komt het totale bruto jaarinkomen van een Tweede Kamerlid uit op € 141.429,04. Dit bedrag is exclusief aanvullende vergoedingen voor beroepskosten en reizen.

Extra vergoedingen en onkosten
Naast de schadeloosstelling hebben Tweede Kamerleden recht op een beroepskostenvergoeding. Deze vergoeding bedraagt € 3.413,35 per jaar en is bedoeld voor kosten die direct verband houden met het uitoefenen van het Kamerlidmaatschap. Denk hierbij aan de aanschaf van werkmaterialen zoals een laptop, telefoon, kantoorbenodigdheden, vakliteratuur of andere hulpmiddelen die nodig zijn om het werk goed te kunnen doen.
Ook reiskosten worden vergoed. Kamerleden kunnen kiezen voor een vergoeding per kilometer of voor een ov-jaarkaart, waarmee zij onbeperkt kunnen reizen voor hun werk. In sommige situaties hebben Kamerleden bovendien recht op een verblijfkostenvergoeding, bijvoorbeeld wanneer zij ver van Den Haag wonen en tijdelijk moeten overnachten in de buurt van het Binnenhof.
Extra toelage voor de voorzitter
De voorzitter van de Tweede Kamer draagt extra verantwoordelijkheden, zoals het leiden van debatten, het bewaken van de orde en het vertegenwoordigen van de Kamer naar buiten toe. Vanwege deze aanvullende taken ontvangt de voorzitter een extra toelage van 34% bovenop de reguliere schadeloosstelling. Dit betekent dat het totale inkomen van de voorzitter aanzienlijk hoger ligt dan dat van andere Kamerleden.
Ontwikkelingen richting 2026: inflatie en loonstijging
Het inkomen van Tweede Kamerleden is niet volledig statisch. Net als bij andere publieke functies wordt de hoogte van de schadeloosstelling periodiek aangepast. Anno 2026 wordt verwacht dat de lonen en vergoedingen licht zullen stijgen als gevolg van inflatiecorrecties. Deze aanpassingen zijn bedoeld om de koopkracht van Kamerleden op peil te houden, niet om hen structureel rijker te maken.
Inflatie zorgt ervoor dat de prijzen van goederen en diensten stijgen, waardoor geld minder waard wordt. Om te voorkomen dat Kamerleden er in reële termen op achteruitgaan, worden hun vergoedingen aangepast aan de algemene loonontwikkeling binnen de publieke sector. Dit betekent dat ook de schadeloosstelling van Tweede Kamerleden in 2026 waarschijnlijk iets hoger zal uitvallen dan in voorgaande jaren.

Transparantie en publieke discussie
De hoogte van de vergoedingen voor Kamerleden is regelmatig onderwerp van maatschappelijk debat. Sommige mensen vinden het inkomen te hoog, terwijl anderen benadrukken dat een passende vergoeding noodzakelijk is om onafhankelijkheid, integriteit en kwaliteit van bestuur te waarborgen. Transparantie speelt hierin een belangrijke rol: doordat alle bedragen openbaar zijn, kan het publiek zelf een oordeel vormen.
Leden van de Tweede Kamer ontvangen geen gewoon salaris, maar een schadeloosstelling die past bij hun bijzondere rol binnen de democratische rechtsstaat. Deze vergoeding bestaat uit een basisbedrag, vakantiegeld, een eindejaarsuitkering en diverse onkostenvergoedingen. Daarnaast ontvangen zij reiskostenvergoedingen en, in specifieke gevallen, verblijfskostenvergoedingen. De voorzitter van de Tweede Kamer krijgt vanwege extra verantwoordelijkheden een aanvullende toelage.
Richting 2026 is het aannemelijk dat deze vergoedingen licht zullen stijgen als gevolg van inflatiecorrecties. Daarmee blijft de koopkracht van Kamerleden behouden en wordt gewaarborgd dat zij zich volledig kunnen blijven richten op hun taak: het vertegenwoordigen van de Nederlandse bevolking.









